OOcamp - Ankerpunten voor opvoedingsondersteuning

Op 8 juni 2012 organiseerde EXPOO een dialoogmoment – OOcamp – waarbij actoren betrokken bij opvoedingsondersteuning op zoek gingen naar ankerpunten voor de verdere uitbouw van opvoedingsondersteuning in Vlaanderen en Brussel. 
Vanuit de rijkdom aan bijdragen op OOcamp (een 50-tal inhoudelijke bijdragen uit het werkveld) concludeert EXPOO dat er in het werkveld een gedragen beeld bestaat over wat opvoedingsondersteuning is én wat de belangrijkste lijnen zijn bij de uitbouw van een beleid opvoedingsondersteuning.
EXPOO benoemt met onderstaande tekst  deze ‘ankerpunten voor opvoedingsondersteuning’.

Ankerpunten voor opvoedingsondersteuning

  • Opvoedingsondersteuning is een verzamelnaam voor een grote verscheidenheid aan initiatieven met diverse doelstellingen, georganiseerd door veel verschillende partners. Een goed beleid geeft ruimte aan deze diversiteit. 
  • Opvoedingsondersteuning wordt aangeboden aan alle ouders.   Er is nood aan een aanbod dat zich algemeen profileert en een aanbod dat zich specifiek richt op bepaalde groepen. Op welke manier dat moet en welke groepen dat zijn, moet onderwerp zijn van constante reflectie.
  • Opvoedingsondersteuning is meer dan steun bieden bij de ouder – kind relatie: een degelijk aanbod is breed en sluit aan bij de verschillende levensdomeinen van gezinnen. Opvoedingsondersteuning kan best georganiseerd worden vanuit verschillende sectoren die samenwerken om een geïntegreerd aanbod te brengen.
  • Het (bij)creëren van een aanbod opvoedingsondersteuning voor ouders van tieners blijft een uitdaging: het aanbod voor ouders van jonge kinderen kan namelijk niet zomaar gekopieerd worden naar een aanbod voor ouders van oudere kinderen. 
  • Vlaanderen kent een rijk aanbod aan formele en informele opvoedingsondersteuning. Een beleid opvoedingsondersteuning dient in te zetten op beide vormen. 
  • Het lokaal beleid speelt een cruciale rol bij de organisatie van opvoedingsondersteuning dat dicht bij de burger staat.
  • Vlaanderen kan nog verder werk maken om participatie van ouders in het aanbod een plaats te geven.
  • Kwaliteit en innovatie staan ook bij opvoedingsondersteuners hoog aangeschreven.  De gedrevenheid om verder op weg te gaan moet ondersteund worden.
  • Het concept ‘Huizen van het Kind’ biedt heel wat opportuniteiten maar ook valkuilen bij de (her)organisatie van opvoedingsondersteuning; de ‘openheid’ van deze huizen zal een cruciaal element zijn bij de ontwikkeling.

 

Ankerpunt 
Opvoedingsondersteuning is een verzamelnaam voor een grote verscheidenheid aan initiatieven met diverse doelstellingen, georganiseerd door veel verschillende partners. Een goed beleid geeft ruimte aan deze diversiteit.

De bijdragen aan de OOcamp vormen een staalkaart van wat opvoedingsondersteuning in Vlaanderen en Brussel betekent anno 2012.  Ze tonen dat het werkveld opvoedingsondersteuning ziet als een veelheid van maatregelen, voorzieningen, structuren en activiteiten, geboden vanuit verschillende actoren en sectoren. Initiatieven die zich situeren binnen een algemene dienstverlening sluiten daarbij naadloos aan bij  de opvoedingsondersteuning dat een preventief effect voor ogen heeft en/of een intensiever aanbod organiseert.

De verscheidenheid in het aanbod kan meestal gerelateerd worden aan de in het huidige decreet omschreven functies van opvoedingsondersteuning: informatie-uitwisseling, praktisch-instrumentele steun, pedagogisch advies, sociale steun en vroegsignalering met het oog op doorverwijzing. Deze verschillende functies kunnen afzonderlijk maar ook samen in een activiteit aanwezig zijn.

Daarnaast zien we ook projecten die, samen met ouders en opvoedingsverantwoordelijken – vanuit een reflectie op ouderschap en opvoeding – sociale actie en structurele preventie voor ogen hebben.

Ankerpunt 
Opvoedingsondersteuning wordt aangeboden aan alle ouders.   Er is nood aan een aanbod dat zich algemeen profileert en een aanbod dat zich specifiek richt op bepaalde groepen. Op welke manier dat moet en welke groepen dat zijn, moet onderwerp zijn van constante reflectie.

Om alle ouders te bereiken wordt in Vlaanderen en Brussel een variatie aan initiatieven aangeboden, gaande van algemene initiatieven voor alle ouders tot heel specifieke en gerichte initiatieven.

Het werkveld geeft aan dat keuzes in een doelgroepenbeleid onderwerp moeten blijven van een permanente reflectie: hoever moeten algemene initiatieven rekening houden met toegankelijkheid voor specifieke groepen, wanneer wordt een specifiek aanbod stigmatiserend? Hoewel inzetten op de ondersteuning van gezinnen bijdraagt tot het algemene welbevinden van kinderen, jongeren en ouders, zal een aanbod opvoedingsondersteuning op zich geen maatschappelijke problemen (zoals bv. kinderarmoede) oplossen. 

Het aanbod opvoedingsondersteuning moet ook oog kunnen hebben voor de specifieke opvoedingsvragen van pleegouders, mee-ouders, ouders van kinderen met een handicap, ouders met een handicap,…

De aandacht voor vaders is tevens een hot item: is het aanbod opvoedingsondersteuning teveel (en te impliciet) gericht op moeders, moet er een (apart?) aanbod zijn voor vaders, hoe moet een aanbod opvoedingsondersteuning er uit zien om aantrekkelijk te zijn voor mannen?

Ankerpunt 
Opvoedingsondersteuning is meer dan steun bieden bij de ouder – kind relatie: een degelijk aanbod is breed en sluit aan bij de verschillende levensdomeinen van gezinnen. Opvoedingsondersteuning kan best georganiseerd worden vanuit verschillende sectoren die samenwerken om een geïntegreerd aanbod te brengen.

Opvoedingsondersteuning wordt in Vlaanderen en Brussel niet enkel gezien als het ondersteunen van de ouder – kind relatie.

Een evenwichtig aanbod zet daarom in op de diverse levensdomeinen waar gezinnen met opgroeiende kinderen mee te maken krijgen.   Opvoedingsondersteuning kan bijgevolg niet gevat worden onder één sector. In veel goede praktijken is er sprake van een samenwerking tussen actoren uit verschillende werkcontexten: het consultatiebureau van Kind en Gezin, kraamzorg, kinderopvang, gezinshulp, onderwijs, CLB-werking, schoolopbouwwerk, sociaal-cultureel werk, verenigingen of buurtwerkingen,… Afstemming met het oog op een geïntegreerd aanbod voor burgers blijft een werkpunt voor de toekomst.

Ankerpunt 
Vlaanderen kent een rijk aanbod aan formele en informele opvoedingsondersteuning. Een beleid opvoedingsondersteuning dient in te zetten op beide vormen.

Gezinnen kunnen op veel manieren ondersteund worden. Vlaanderen kent zowel informele als formele ondersteuningsvormen bij het opvoeden van kinderen, waarbij er niet altijd een absolute grens tussen beide getrokken kan worden.  Een onderwerp van reflectie is de rol van de overheid in informele steun.

Ankerpunt 
Het (bij)creëren van een aanbod opvoedingsondersteuning voor ouders van tieners blijft een uitdaging: het aanbod voor ouders van jonge kinderen kan namelijk niet zomaar gekopieerd worden naar een aanbod voor ouders van oudere kinderen.

Opvoedingsondersteuning mag zich niet beperken tot aanbod voor ouders met jonge kinderen. Het is een uitdaging om opvoedingsondersteuning voor ouders met kinderen in verschillende leeftijdsfasen – elk met geëigende vormen - beschikbaar te stellen.

Ankerpunt 
Het lokaal beleid speelt een cruciale rol bij de organisatie van opvoedingsondersteuning dat dicht bij de burger staat.

Opvoedingsondersteuning wordt best dicht bij de ouders wordt gerealiseerd. Ondermeer daarom wordt aan het lokale beleid een cruciale rol toebedeeld. Een rol die steeds meer in het gedrang komt door financiële druk op lokale besturen.

Ankerpunt 
Vlaanderen kan nog verder werk maken om participatie van ouders in het aanbod een plaats te geven.

Het betrekken van de doelgroep (via bijv. gezinsverenigingen, zelforganisaties,…) en zo vorm geven aan participatie en ouderbetrokkenheid wordt als een belangrijk element aangegeven. Hoe dit op een gepaste manier moet gebeuren, moet in Vlaanderen nog verder worden uitgezocht.

Ankerpunt 
Kwaliteit en innovatie staan ook bij opvoedingsondersteuners hoog aangeschreven.  De gedrevenheid om verder op weg te gaan moet ondersteund worden.

Heel wat actoren leverenl inspanningen om een kwaliteitsvol aanbod opvoedingsondersteuning op de kaart te zetten.  Niettemin blijken organisaties en netwerken ook nog steeds zoekende bij de vraag naar kwaliteitsvolle dienstverlening: wat is kwaliteit, welke criteria kunnen we hanteren, wat is succes, moeten alles evidence-based, hoe ga je om met professionalisering,… Bij de verdere uitbouw van opvoedingsondersteuning moet blijvend aandacht zijn voor het ondersteunen van de actoren in het kwaliteitsvol en innoverend werken.

Ankerpunt 
Het concept ‘Huizen van het Kind’ biedt heel wat opportuniteiten maar ook valkuilen bij de (her)organisatie van opvoedingsondersteuning; de ‘openheid’ van deze huizen zal een cruciaal element zijn bij de ontwikkeling.

De Huizen van het Kind worden momenteel gepercipieerd als een belangrijk ankerpunt binnen de vernieuwde regelgeving rond preventieve gezinsondersteuning. Sommige actoren in het werkveld opvoedingsondersteuning zien de toekomstige Huizen van het Kind als een opportuniteit om nog verder samen te werken. Andere zien deze Huizen dan weer als een dreiging vanuit de vrees zich niet langer te kunnen identificeren met het gebundelde aanbod.

Er leven nog veel vragen over de elementen die ervoor zullen zorgen dat deze Huizen van het Kind werkelijk ‘open huizen’ zijn. Op welke manier zullen (alle) ouders bij het brede gebundelde aanbod terecht kunnen voor gepaste ondersteuning? Ook de uitbouw van een kwalitatief partnerschap tussen Kind en Gezin en alle relevante lokale partners moet de nodige aandacht krijgen.

***

Deze tekst is een reflectietekst op basis van de bijdragen op OOcamp. Was je er niet bij en wil je nog een ankerpunt meegeven, of wil je aanvulling op de tekst geven? Dan kan je berichtje nalaten als reactie op deze pagina.