Kwaliteitsvolle dienstverlening

Netwerken, zoals een Huis van het Kind of een wijkgericht netwerk, stelt als basisvoorziening kinderen en hun gezinnen centraal en bekijkt telkens kritisch de bereikbaarheid, beschikbaarheid, betaalbaarheid, bruikbaarheid en begrijpbaarheid van het aanbod voor diverse kinderen en gezinnen in de wijk.

Gehanteerde praktijken en voorbeelden:

  • Een lokaal netwerk dat proportioneel universeel werkt betrekt ouders bij het in kaart brengen van noden, de keuzes die gemaakt worden, de uitbouw en realisatie van het aanbod.
    • Het Huis van het Kind te Eeklo vormt een grote kapstok, waaronder kinderarmoedebestrijding valt. Het Wijkcentrum De Kring, een vereniging waar armen het woord nemen, waakt erover dat als iets uitgewerkt wordt, steeds nagegaan wordt hoe de meest kwetsbaren bereikt kunnen worden. Als er problemen of vragen zijn, dan bevraagt het Wijkcentrum zijn achterban. “Ouders voor Ouders” is een werkgroep die nadenkt over acties. Zij toetsen.
  • Een lokaal netwerk dat proportioneel universeel werkt, varieert waar nodig en wenselijk in wat het doet en inzet op het vlak van intensiteit en specificiteit in functie van de noden die zich stellen.
    • Bij het ontwikkelen van een plan als netwerk kan je de verschillende kwetsbare groepen omschrijven – wie zijn de kwetsbare groepen in onze buurt; wat is er nodig – zonder te stereotyperen; wie dreigt er tussenuit te vallen. Sommige groepen lijken dan een eigen of specifieke benadering te vragen – maar dat vraagt steeds dat we nadenken of dit moet en of het niet universeel kan.

    • Kwetsbare groepen verhouden zich wel met bepaalde problematieken, die zich op verschillende levensdomeinen situeren – huisvesting, inkomen, relatie met kleuteronderwijs, toegang tot gezondheidszorg Het is belangrijk om deze problematieken te onderkennen en te identificeren – zij spelen in meer of mindere mate doorheen de bevolking vaak in relatie tot hun sociaal economische positie.

    • Ook fluctueren  de  behoeften in 'groepen'. Het  gaat er om mensen de kans geven te evolueren. Als huisvesting in hun leven verbetert en ze verwerven een beter inkomen, dan kan het zijn dat ze in de voorschoolse periode nog veel ondersteuning nodig hebben, maar dat wil niet automatisch zeggen dat ze nog heel intense begeleiding voor kleuterparticipatie nodig hebben.

    • De problematiek identificeren is prima, maar stellen dat mensen die aan die en die criteria beantwoorden zo’n aanbod nodig hebben is niet goed.

  • Een lokaal netwerk dat proportioneel universeel werkt doet recht aan verschil.

    • Recht doen aan verschil betekent actief zoeken naar drempels en uitsluitings- of ‘selectie’mechanismen en op zoek gaan naar hoe deze weggewerkt kunnen worden. Het gaat ook om inclusief denken en handelen, taalbeleid en de fysieke toegankelijkheid van het aanbod.

  • Een lokaal netwerk dat proportioneel universeel werkt vertrekt van een niet te voorgestructureerde benadering en houdt haar aanbod open.

    • Het gaat niet enkel over de specificiteit van de actie, ook de intensiteit kan verschillen. Soms volstaat het om te gaan voor een universele aanpak, maar waarbij je de intensiteit aanpast. Bij de populatie screening op baarmoederhalskanker krijgen vrouwen die zich niet laten screenen de standaardbrief opnieuw. Nu loopt een proefproject in 3 gebieden waarbij deze vrouwen een tweede brief krijgen van hun huisarts. Die brief is wat herschreven en het werkt. We houden de actie dus constant maar de intensiteit verhoogt.

  • Een lokaal netwerk dat proportioneel universeel werkt legt actief linken en verbindingen tussen school, welzijn, wonen, werk, cultuur, vrije tijd, kinderopvang, gezondheidszorg, OCMW om rechten van mensen te ontsluiten.

    • Op een bepaald ogenblik stelden we vast dat er nogal wat vaders rondliepen die hun traditionele rol niet meer konden opnemen. Ze hadden geen werk en er kwam geen brood op de plank. In eerste instantie poogden we een antwoord te geven met vrijwilligers, maar dat werkte niet. Nu hebben we een werk-welzijnsproject in samenwerking met de VDAB en de stad. Zonder netwerk kan je dit antwoord niet bieden.

  • Een lokaal netwerk dat proportioneel universeel werkt wijst op lacunes in het beleid en brengt sociale wantoestanden in beeld. Door middel van onderbouwde signalen wordt gestreefd naar een beter beleid en een betere praktijk.
    • Er is het voorbeeld van een HvhK dat middelen ging besteden om kinderopvang betaalbaar te maken voor sommige gezinnen. Vraag is of er in het netwerk geen andere oplossingen kunnen ontwikkeld worden? Er moet ook iets van politiek werk gebeuren. Als er in dat netwerk ook lokale diensten kinderopvang zitten dan moet dat met hen besproken worden.

    • De consultatiebureauwerking kan op dit vlak een sterke rol spelen. Elk kind gelijk van welke afkomst wordt er gezien, waardoor regioverpleegkundige dingen te zien krijgen en zaken aan de kaak kunnen stellen.

  • Een lokaal netwerk dat proportioneel universeel werkt onderzoekt de fysieke organisatie van haar dienstverlening kritisch. Vragen die hierbij aan de orde kunnen komen zijn onder meer :

    1. waar organiseer je het aanbod,
    2. welke inplantingsplaats kies je,
    3. wat zijn de openingsuren,
    4. wat zijn de momenten waarop je iets opzet,
    5. wat breng je samen zodat het aanbod er is voor een gemixte groep,
    6. hoe kies je plaatsen waar mensen al komen,
    7. op welke territoriale schaal werk je.
       
    • Wij werken niet met wijken maar wel met het verhaal van de naburige gemeenten. De link met mensen net over de gemeentegrens is soms groter met onze gemeente dan met de gemeente waar ze wonen. Maar om daar dan gericht op in te spelen, zijn er misschien wel andere intensiteiten nodig. Het is wel moeilijk omdat dit politieke overeenkomsten vergt. Nu bekijken we hoe we intergemeentelijke samenwerking mogelijk kunnen maken.

    • We zorgen er voor dat we mensen niet opsluiten in de wijk. Het is belangrijk dat je wijkgericht bent, maar dat zegt niets over de ouders die een beroep op je doen. Je kan wel samenwerken met een wijkgezondheidscentrum dichtbij, omdat het makkelijk en efficiënt is dat gezinnen dichtbij naar de dokter kunnen. Maar de keuze van ouders moet gevrijwaard blijven.​

    • Huizen van het Kind zitten niet enkel in kwetsbare buurten. Maar zijn ook aanwezig op plaatsen waar mensen al komen. Bibliotheken, speel-o-theken, winkelcentra, …Het help ook om een sociale mix te bewerkstelligen.  
    • Je organiseert je op zo’n manier dat je meer vragen kunt horen.