'In elk gezin zit kracht, zelfs op momenten dat het moeilijk gaat'

door Raf Van Hoof - Agentschap Jongerenwelzijn

 

2014 Was een scharnierjaar voor het Vlaamse beleid rond jeugdhulp en gezinsondersteuning. Het decreet integrale jeugdhulp trad in werking en de eerste Huizen van het Kind werden mogelijk. De hervormingen hadden vele doelen, maar vonden niet toevallig in dezelfde periode plaats. Gezinnen moeten voortaan makkelijk de weg vinden naar ondersteuning en wie ze vraagt, is niet langer ‘bijzonder’. Want elk gezin kan op een bepaald moment met vragen zitten of tegen zijn grenzen aanlopen. Een laagdrempelig ondersteuningsaanbod, dat varieert in intensiteit maar beschikbaar is wanneer de nood er is, daar draait het om.  

In elk gezin zit kracht, zelfs op momenten dat het moeilijk gaat. Het decreet integrale jeugdhulp zet op die kracht in, maar net daarom is het belangrijk dat de juiste hulp tijdig kan starten. De nadruk op intersectorale samenwerking maakt dat er verschillende partijen hulp kunnen bieden. In de jeugdhulp wil het project ‘één gezin – één plan’ ertoe aanzetten om met alle betrokkenen samen te werken aan één gezinsplan: het gezin zit aan het stuur en de kloof tussen gezinsondersteuning en laagdrempelige hulp wordt overbrugd. Vanuit deze evolutie is het logisch dat de jeugdhulp daarnaast ook onderzoekt hoe ze mee vorm kan geven aan het continuüm tussen laagdrempelige gezinsondersteuning en gespecialiseerde hulpverlening. 

Een Huis van het Kind staat dicht bij gezinnen met kinderen, het wordt gevormd door partners met een laagdrempelig aanbod, en is lokaal georganiseerd. Hierdoor beschikt het over een fijnmazige kennis van wat er aan ondersteuning beschikbaar is, ook buiten de hulpverlening. Denk aan een lokaal georganiseerde jeugdvereniging voor kinderen met een beperking of een project rond huiswerkbegeleiding. Ondersteuning gaat immers verder dan hulpverlening. Het gaat ook over advies rond opvoedingsvragen, of informatie over verenigingen.  

Dankzij de invoering van het decreet integrale jeugdhulp kunnen gezinnen en jongeren rechtstreeks een beroep doen op minder ingrijpende vormen van jeugdhulp. Dit haalde heel wat drempels weg, maar er blijft een capaciteitsprobleem, en mensen weten ook niet altijd waar ze terechtkunnen. Als organisaties die jeugdhulp aanbieden partner worden in een Huis van het Kind, kunnen ze meer inzicht bieden in welke ondersteuning wel en niet mogelijk is. Ze kunnen hun expertise delen met de medewerkers van een Huis van het Kind, en zelf kunnen ze zich toeleggen op de meer specifieke vragen. Bovendien vinden ze door de Huizen van het Kind beter aansluiting bij de leefwereld van gezinnen.  

De jeugdhulp kan haar aanbod ook breder inzetten, door trainingen voor medewerkers te geven, of door binnen een Huis van het Kind vormingen te organiseren voor ouders en/of jongeren. Zo’n groepsaanbod is veel minder ingrijpend, en soms even zinvol als de ‘klassieke’ jeugdhulp. Tot slot heeft de toenadering tussen jeugdhulp en de Huizen van het Kind niet alleen voordelen op lokaal vlak. Ook tussen de agentschappen is de meerwaarde van samenwerking duidelijk. Niet toevallig fuseerden Kind en Gezin en het agentschap Jongerenwelzijn intussen tot het nieuwe agentschap Opgroeien. Het kan er alleen maar voor zorgen dat we nog dichter bij de gezinnen staan, en nog beter in staat zijn om samen elk kind, elke jongere, elke ouder, te laten groeien.  

Raf Van Hoof
Raf Van Hoof