Hechting

Hechting is volgens Bowlby een wederzijds proces waarbij een persoon een duurzame en emotionele relatie opbouwt met iemand anders. Bij baby’s gebeurt dit bijvoorbeeld door te lachen, te huilen, het maken van geluiden, waardoor ouders ‘sensitief responsief’ reageren, zoals het oppakken en troosten van de baby wanneer hij huilt. Zo weet het kind dat het gehoord en gezien wordt en zal het zich veilig hechten, waardoor een basisvertrouwen opgebouwd wordt. Dat basisvertrouwen dient als fundament waaruit andere relaties zullen groeien.

Een veilige afhankelijkheid is de voorwaarde voor een gezonde onafhankelijkheid. Bovendien bestaat er een duidelijke link tussen die veilige gehechtheid en het zelfbeeld van een kind: “Als ik zo graag gezien word, dan moet ik wel de moeite waard zijn.” Het omgekeerde geldt jammer genoeg ook.

Uit onderzoek blijkt dat de eerste zes maanden na de geboorte de belangrijkste fase is. Wanneer er een scheiding plaatsvindt tussen het kind en zijn ouder of belangrijkste opvoeder, kan dit schade aanrichten in het basisvertrouwen van het kind. Dat kan ervoor zorgen dat toekomstige relaties moeilijker tot stand komen.

Het is vanzelfsprekend dat deze theorie van belang is in het adoptieverhaal. Vaak kenden kinderen tijdens hun eerste levensjaren een of meerdere scheidingen (de biologische ouder(s), verschillende opvoeders in het weeshuis,…). Soms zijn ze onverschillig of afwijzend behandeld in hun vorig milieu.

Bijna alle kinderen hechten zich aan iemand, alleen verschilt de kwaliteit van die gehechtheid sterk.
In welke mate wordt het kind geborgenheid, rust en voorspelbaarheid geboden of is de zorg die het kind krijgt ontoereikend en onvoorspelbaar? Adoptiekinderen zijn dus geen onbeschreven blad, de gehechtheidservaringen die ze opdeden met vroegere verzorgers nemen ze mee in hun verdere ontwikkeling.