Wat is opvoedingsondersteuning?


(Gebaseerd op de basistekst die werd gebruikt bij het opstellen van het decreet opvoedingsondersteuning. De integrale tekst kan je in de kennisdatabank vinden.)

Definitie van opvoedingsondersteuning
 
Het decreet van juli 2007 omschrijft opvoedingsondersteuning als 'de laagdrempelige, gelaagde ondersteuning van ouders en opvoedingsverantwoordelijken bij de opvoeding van kinderen'. 
Opvoedingsondersteuning bestaat dan uit al die activiteiten die tot doel hebben om ouders en opvoedingsverantwoordelijken steun te bieden bij het opvoeden.
 
“Opvoeden” wordt hierbij gezien als een proces dat zich afspeelt tussen een kind en opvoedingsverantwoordelijken in een welbepaalde context. Het opvoedproces wordt beïnvloed door een wisselwerking van factoren. Concreet gaat het om kenmerken van het kind (bijvoorbeeld ontwikkelingsnoden, temperament), kenmerken van de ouder (bijvoorbeeld persoonlijkheid, opvoedingsgeschiedenis, opvattingen over opvoeden, opvoedingsvaardigheden) en de context waarin de opvoeding plaatsvindt (partnerrelatie, buurt, maatschappij).
 
Vanuit deze definitie is het duidelijk dat opvoedingsondersteuning niet alleen focust op de opvoedingsverantwoordelijken maar ook op de interactie tussen ouders en kinderen, de betekenisgeving van het kind en tevens oog heeft voor de leefomgeving van gezinnen.
Voor wie is opvoedingondersteuning bedoeld?
 
Opvoedingsondersteuning is er in de eerste plaats voor iedereen die de zorg opneemt voor kinderen. Alle ouderfiguren, ouders, grootouders en familie worden hier dus ook toe gerekend. 
 
Opvoedingsondersteuning richt zich daarnaast ook tot specifieke groepen zoals maatschappelijk kwetsbare gezinnen, eenoudergezinnen, nieuw samengestelde gezinnen, adoptiegezinnen, enz. 
 
Omdat opvoedingsondersteuning zich richt op álle gezinnen, spreken we ook over opvoedingsondersteuning als “verrijking” voor gezinnen die geen problemen ervaren. (Vandemeulebroecke, 2002).
 
De nood aan opvoedingsondersteuning kan heel verschillend zijn voor gezinnen. Kousemaker & Timmers-Huigens (1985) onderscheiden vier types van gezinssituaties, afhankelijk van de ernst van de vragen van ouders m.b.t. de opvoedingssituatie: 
  • Gezinnen met een gewone opvoedingssituatie: het opvoedingsproces verloopt harmonieus. Vragen waarmee ouders worden geconfronteerd kunnen op een bevredigende manier worden opgelost door de ouders.
  • Gezinnen met een opvoedingsspanning: de ouders ervaren ongerustheid en onzekerheid over het eigen handelen. De opvoeding is onder druk komen te staan.
  • Gezinnen met een opvoedingscrisis: het handelen van de opvoeder is niet toereikend en ouders nemen in toenemende mate hun toevlucht tot noodoplossingen. Zij zijn ontevreden over de situatie en hebben ambivalente gevoelens over het kind.
  • Gezinnen met opvoedingsnood: er worden ernstige opvoedingsproblemen ervaren. De balans tussen risico- en protectieve factoren is ernstig verstoord. Er is intensieve hulp nodig om uit de impasse te geraken.
Wanneer we de koppeling maken met de zwaarte van een opvoedingsvraag dan richt opvoedingsondersteuning zich op de gewone opvoedingssituatie, de opvoedingsspanning en in zekere zin ook op opvoedingscrisissen. De derde groep heeft ook nood aan meer intensieve hulp die via de hulpverlening een antwoord moet krijgen. De vierde groep van gezinnen heeft in de eerste plaats nood aan intensieve opvoedingshulp. Zij worden echter niet uitgesloten uit initiatieven van opvoedingsondersteuning, wanneer zij hier zelf voor openstaan.
 

Het doel van opvoedingsondersteuning

Opvoedingsondersteuning richt zich in de eerste plaats op ouders en andere opvoeders met de volgende doelstellingen:

  • de competentie, vaardigheden en draagkracht van ouders te versterken;
  • de draaglast te verminderen door problemen tijdig te signaleren en praktische hulp of steun te bieden;
  • het sociale netwerk rondom kinderen en gezinnen te versterken.
Het uiteindelijke doel is:
  • het uitbreiden van opvoedingsmogelijkheden en kansen van gezinnen enerzijds;
  • het voorkomen van (zwaardere) problemen anderzijds.
Door ouders te ondersteunen bij eenvoudige vragen, wensen we de zelfstandigheid en vaardigheden om op te voeden uit te breiden. Dit maakt ouders meer weerbaar ten aanzien van eventuele (zwaardere) problemen die zich in de toekomst zullen voordoen. Dit kan de instroom naar meer intensieve hulp beperken.
 
 
Uitgangspunten
 
Belangrijke uitgangspunten bij opvoedingsondersteuning zijn:
  • Laagdrempelige ondersteuning: gemakkelijk bereikbaar zijn, geen grote financiële inspanningen vragen, niet-stigmatiserend zijn, cultuur-sensitief zijn, …
  • Vraaggericht en participatief werken: uitgaan van vragen en behoeften van ouders.
  • Ondersteuning op maat: elke opvoedingsvraag ernstig nemen en een gepast antwoord geven.
  • Empowerment: aansluiten bij de deskundigheid van ouders en hen activeren om zelf oplossingen te zoeken die passen in hun situatie.
  • Methodisch werken: doordacht te werk gaan, waarbij vragen worden geanalyseerd, nagedacht wordt over doelstellingen, strategieën, 
 
go to top