Waar gaat dit over en waarom is dit belangrijk ?

Lode Vermeersch en andere onderzoekers van de KU Leuven onderzochten in 2018 op vraag van het Departement Cultuur, Jeugd en Media de cultuureducatie en -participatie bij de 0 tot 6 jarigen. 

Een samenvatting van hun conclusies: 

1) Over het rendement van cultuureducatie en -participatie

Onderzoek toont aan dat de opbrengsten van cultuureducatie en cultuurparticipatie niet voor alle leeftijdsgroepen identiek zijn. Hier gelden drie types van redeneringen ten voordele van de allerkleinsten:

- de return van deelname en leren bij kleine kinderen is groter dan bij oudere leeftijdsgroepen, ze hebben immers nog “een heel leven te gaan” en dus is er meer kans dat het geleerde rendeert.

- cultuur voor kleine kinderen is een meer faire en sociaal gelijkmakende investering ten opzichte van andere leeftijdsgroepen. Wie op jonge leeftijd aan cultuur deelneemt en cultureel leert zal dat ook én vaker doen als hij of zij ouder wordt. Door vroeg te investeren in culturele competenties zal de sociale en culturele ongelijkheid later beperkter zijn.

- in de eerste levensjaren is de mentale souplesse en het leerpotentieel van mensen groter. Het brein van kleine kinderen is nog plastisch en groeit sneller dan op eender welke latere leeftijd en de sociale en culturele identiteit van kleine kinderen is (mede daardoor) nog erg veranderlijk.

 

2) Over de invloed van cultuurdeelname en cultureel leren op de ontwikkeling van het kind:

- Vrij veel wetenschappelijk onderzoek gaat in op de functies en effecten van cultureel participeren en leren bij de allerkleinsten. Een meerderheid van de bestaande studies onderschrijven dat vroege cultuurbeleving op veel vlakken positief correleert met de cognitieve, motorische en sociaalemotionele ontwikkeling van het jonge kind. De precieze domeinen en effectgroottes verschillen naargelang de onderzochte culturele disciplines.

- Enkele opvallende voorbeelden: op jonge leeftijd werken met – al dan niet artistieke - beelden stimuleert het ontwikkelen van esthetische voorkeuren, het geometrisch en ruimtelijk redeneren en de conversatievaardigheden van het jonge kind (d.m.v. het praten over beelden). Ook podiumkunsten hebben een positieve impact op latere verbale skills. Het actief betrokken zijn bij het luisteren naar en maken van muziek heeft dan weer vnl. een positief effect op de cognitieve ontwikkeling van het kind (zoals ruimtelijk-temporeel redeneren en talige vaardigheden), alsook op empathisch denken en pro-sociaal gedrag. Het vroeg in contact komen met een rijke geletterdheidsomgeving en het opgroeien in een duurzame voorleescultuur resulteren in hogere geletterdheidscores op latere leeftijd…

- Cultuureducatie en –participatie blijken vooral een gunstige inwerking te hebben op die ontwikkelingsdomeinen die nauw verwant zijn aan de culturele of artistieke discipline zelf (bv. het bevorderend effect van voorlezen op de woordenschat van het kind). Wanneer dat verwantschap minder sterk of rechtstreeks is (bv. het verband tussen dansen en schrijven of tussen theater spelen en wiskundig redeneren), zijn de geobserveerde effecten kleiner of onbestaand.

- Naast de “instrumentele” cultuureffecten is er ook de waarde van de intrinsieke beleving door het kind zelf. Zelfs het jonge kind is een volwaardig cultureel wezen. Hierover bestaat opvallend minder onderzoeksliteratuur.