Rechten van ouders

Er bestaat geen Internationaal Verdrag waarin rechten van ouders op een algemene, internationale manier geregeld worden… De rechten en plichten die onderdeel vormen van het ouderlijk gezag van ouders worden in België wel uitgebreid geregeld in het Burgerlijk Wetboek:

Ouders oefenen volgens de Belgische wet in principe steeds samen het ouderlijk gezag over hun kinderen uit tot deze meerderjarig (=18) zijn. Dit betekent trouwens de term ‘co-ouderschap’ .

Dit betekent dat ouders recht hebben

  • op eerbied en respect van hun kind,
  • op persoonlijk contact met hun kind én
  • om (samen) alle beslissingen te nemen over de opvoeding van het kind en zijn bezittingen tot hij de leeftijd van 18 jaar bereikt heeft. Ouders mogen dus beslissen over de opvoeding, vrije tijd, opleiding, … van hun kind.

Ouders hebben natuurlijk ook plichten tegenover hun kinderen. Ze moeten

  • respect hebben voor hun kind (opgenomen in de wet in 1995) én
  • (samen) zorgen voor het levensonderhoud, de opvoeding en de opleiding van hun kind.

Ouders zijn ten slotte ook aansprakelijk voor hun minderjarige kinderen. Dit betekent dat zij (eventueel samen met het kind) de schade moeten betalen die hun kinderen veroorzaakt hebben door hun foutief of onzorgvuldig gedrag.

Ook wanneer ouders niet (meer) samenwonen, is het in de eerste plaats aan hen om, vanuit hun gezamenlijk ouderlijk gezag, samen afspraken te maken over de opvoeding, verblijfplaats, persoonlijk contact, onderhoudsgeld,… van hun minderjarige kinderen.
Pas wanneer zij hier samen niet in slagen, zelfs niet na een eventuele bemiddeling in familiezaken, zullen ze een gerechtelijke procedure moeten opstarten om een rechter knopen te laten doorhakken en beslissingen te laten nemen in hun plaats. Kinderen kunnen tijdens dergelijke gerechtelijke procedures eventueel gehoord worden waardoor zij hun mening kunnen geven aan de rechter over de situatie maar deze mening hoeft niet doorslaggevend te zijn. Zij hebben dus geen beslissingsrecht wanneer het gaat over hun verblijfplaats en het recht op persoonlijk contact met hun ouders. De rechter luistert naar de argumenten van moeder en vader, eventueel van enkele deskundigen én eventueel ook naar de mening van het kind en neemt daarna een beslissing in het belang van het kind.

Zoals gezegd zal er in principe ook wanneer ouders niet samenleven nog steeds sprake zijn van co-ouderschap. Enkel wanneer ouders helemaal niet meer overeenkomen en hun minderjarige kinderen niet meer eensgezind samen kunnen opvoeden, kan een rechter zich genoodzaakt zien om het ouderlijk gezag exclusief aan één van beide ouders toe te kennen. Maar zelfs wanneer een ouder uitzonderlijk het exclusief ouderlijk gezag over de kinderen toegekend krijgt door een rechter (en daardoor alleen beslissingen mag nemen over de kinderen), blijft de andere ouder het recht behouden op persoonlijk contact én om toezicht te houden over de opvoeding van de kinderen (inclusief het recht op informatie over de kinderen).

Het ouderlijk gezag van (één van de) ouders kan men in principe trouwens nooit afnemen. Enkel wanneer zeer zwaarwichtige feiten gebeurd zijn (incest, poging tot moord op het kind,...) kan een jeugdrechter ouders ontzetten uit hun ouderlijk gezag en een voogd aanduiden die dit ouderlijk gezag vanaf dan overneemt. Dit gebeurt in België echter praktisch nooit meer. Dit is dus een zeer uitzonderlijke maatregel!

Hoewel kinderen via het Internationale Kinderrechtenverdrag en specifieke Belgische regelgeving wel enkele belangrijke rechten krijgen, is en blijft de grote algemene regel in België dus dat minderjarige kinderen handelingsonbekwaam zijn en daarom onder het gezag van hun wettelijke vertegenwoordigers (ouders of voogd) vallen. Deze wettelijke vertegenwoordigers zullen dan ook in principe alle belangrijke opvoedingsbeslissingen voor en over de kinderen kunnen nemen.
Enkel wanneer hierop uitzonderingen gemaakt worden bij wet , of wanneer een belangrijk deel van de rechtspraak uitzonderingen aanvaard kunnen minderjarigen eventueel een aantal beslissingen over zichzelf nemen.
Daarnaast wordt in de Belgische rechtspraktijk ondertussen ook de mening toebedeeld dat het ouderlijk gezag een geheel van doelgebonden rechten en plichten zijn die in het belang van de minderjarige moeten worden uitgeoefend en die uitdunnen naarmate de minderjarige ouder en bekwamer wordt om zelf (bepaalde) beslissingen te nemen. Zolang dit gegeven echter niet juridisch afdwingbaar is voor de minderjarige, heeft het eerder een morele waarde dan een juridische…

go to top