Opvoeden is geen wedstrijd: jongeren over hun opvoeding

De Week van de Opvoeding gaat over ‘mild opvoeden’. Vaak gaat het dan over hoe ouders denken over opvoeden. Maar wij willen ook wel eens horen hoe jongeren hun opvoeding ervaren.

We praten met Jordan (20) en Lise (23), zangers bij de Troubadours en Koen, coach bij de Troubadours.

Over hun eigen opvoeding

Jordan: ‘Mijn oudste broers en zus en ikzelf zijn streng opgevoed. Mijn jongste zusje is 6, en die wordt minder streng aangepakt. Mijn ouders hebben gezien dat hun aanpak met de oudere kinderen niet werkte.

Zo’n strenge opvoeding was niet makkelijk voor mij. Ik heb me vroeg ge-out als homo. Op zich tolereerden mijn ouders dat wel, tot het ogenblik dat ik mijn vrouwelijke kantjes meer ging tonen. Ik droeg al eens make-up en hakken, en daar hadden ze het super moeilijk mee.

Op mijn 18de hebben mijn ouders mij uit huis gezet. Mijn outing gecombineerd met andere zaken die moeilijk liepen, het ging niet meer. Ik woonde bijna twee jaar zelfstandig bij Rizsas, centrum Molenmoes, waar ik De Wissel vzw (begeleidingsnetwerk voor kwetsbare jongeren en gezinnen, nvdr) en de Troubadours (band van jongeren tussen 14 en 25 jaar, gegroeid uit een project vanuit Jeugdhulp om meer cultuur in hun werking te brengen, nvdr) leerde kennen. Nu woon ik een drietal maanden terug thuis. In het begin ging het goed, maar nu gaat het weer moeizamer. Al helpt het wel dat ik mezelf nu veel beter ken en mij beter kan beheersen. Toch wil ik graag snel op eigen benen staan.’

Lise: ‘Mijn ouders zijn gescheiden toen ik 5, 6 jaar was. Ze hebben me elk op een totaal verschillende manier opgevoed. Bij mijn papa was het een ‘laissez-faire’ opvoeding, terwijl mijn mama een autoritaire stijl heeft. Ze riep veel op ons, maar dat is ook een deel van haar persoonlijkheid. Als iets niet lukt, wordt mijn mama snel boos. Nu begrijp ik dat al beter, maar als kind vond ik dat echt niet leuk. Met elkaar praten was moeilijk. Ik had het gevoel dat ze niet wist hoe ze dat moest aanpakken, praten met je kinderen over gevoelens en zo.

Mijn papa was meer van ‘je doet maar’. Terwijl een kind toch structuur en grenzen nodig heeft. Ik zoek zelf de uitdaging niet op, maar mijn broer wel.

Ik had vooral het gevoel dat mijn ouders weinig belangstelling in mij hadden. Na veel aandringen kwamen ze wel eens naar de zangles kijken, maar ik vind dat je daar als ouder automatisch tijd voor zou moeten maken.’

Koen: ‘Mijn oudste zoon is 15, uit een nieuwe relatie heb ik twee jongere kinderen van 4 en 8. De kinderen moeten weten dat alles gezegd kan worden thuis. Grenzen stellen vind ik heel normaal. Dat staat een open communicatie niet in de weg.’

Over het gezin als een warm nest

Lise: ‘Ik heb dat warm nest nooit gekend. Net daarom wil ik daar later echt op inzetten. Als ik vriendinnen in een hecht gezin zie, heb ik daar moeite mee. Dat samenzijn, die gesprekken aan tafel, dat zijn kleine dingen die ik erg mis en die ik zelf in mijn gezin later zo graag wil. Ook die open communicatie vind ik heel belangrijk. Mijn kinderen moeten later het gevoel hebben dat ze altijd bij mij terecht kunnen.’

Jordan: ‘Ik heb ook nooit echt het gevoel van een gezin had, ik was altijd het buitenbeentje, het zwarte schaap. Dat is vooral na mijn outing begonnen. Mijn familie zegt dat ik toen enorm ben veranderd. Ik denk dat zij vooral moeite hadden om te wennen aan de onbekende kant van mijn persoonlijkheid. Ik voelde me toen echt verstoten, geen deel meer van het gezin. Toen ik alleen ben gaan wonen, hebben we ook lang geen contact meer gehad. Nu is er terug contact, maar het blijft moeilijk. Wij hebben nooit echt kunnen praten over hoe we ons voelden.

Mijn kinderen moeten later weten dat ze altijd bij mij terecht kunnen (Lise)

Over opgroeien in twee huizen

Koen: ‘De oudste is een week bij mij, een week bij zijn mama. Ik merk dat we wel een heel andere opvoedingsstijl hanteren. We vragen het hem vaak zelf, hoe is dat voor jou? Ik vind het heel belangrijk dat hij daar kan over praten, ook als er dingen wat moeilijker lopen.’

Lise: ‘Het blijven uw mama en uw papa. Ik hoor hun verhalen over wat misging tussen hen, maar herinner het mij zelf niet meer. Hun boosheid is gebleven en dan verwachten ze ook van mij dat ik een kant kies. Maar dat mag je van een kind niet verwachten. Een kind kan zo’n druk niet aan. Je zit tussen twee vuren en wil niemand teleurstellen. Het zit in hun hoofd: die heeft fouten begaan tegenover mij, maar ze vergeten dat dat mijn vader of mijn moeder is. Dat vind ik jammer, dat ze zich niet kunnen inleven in mijn situatie. Mijn broer en ik vragen ons dat soms af, hoe moet dat in de toekomst met kerstmis en verjaardagen en zo. Als je partner dan ook nog eens gescheiden ouders heeft… Dan zit je gewrongen hé. Je kan moeilijk vier kerstfeesten houden. Ik denk daar heel veel over na, dat ik het zelf als ouder helemaal anders zou willen doen.’

Over hoe ouders ook ooit kinderen waren die opgevoed werden

Jordan: ‘Mijn vader is opgegroeid met een heel strenge vader en kreeg zelf meppen van de bamboestokken. Ook mijn moeder werd streng opgevoed en was de zondebok in de familie. Ik snap niet waarom ze hetzelfde doet met haar kind, ze weet toch zelf hoe het voelt als je er niet bij mag horen. Ik weet hoe beschadigend dat is, voor heel je leven lang. Ik ga dat altijd meedragen.’

Lise: ‘Ik weet niets over de opvoeding van mijn ouders. In mijn stage in de bijzondere jeugdzorg zie ik dat ouders hun eigen opvoeding van vroeger onbewust meenemen in hoe ze zelf opvoeden. Het is het enige dat ze kennen, ze weten niet hoe ze het anders moeten doen. Maar net als Jordan begrijp ik dan ook weer niet waarom je het je kinderen aandoet als je zelf geen fijne jeugd hebt gehad.

Koen: ‘Bij mijn vrienden zie ik toch ook soms een hulpeloosheid bij het opvoeden. Ouders die het super moeilijk vinden om te reageren op ongewenst gedrag van hun kind. In die hulpeloosheid val je misschien terug op mechanismen uit je eigen jeugd, en zet je je kind in de hoek. Terwijl ik denk dat je op een heel andere manier met je kinderen kan omgaan. En dan is er ook de druk van het onderwijs en de media, waar het vaak draait om ‘de beste’ te zijn. Zo’n programma als ‘The Voice Kids’: je ziet hoeveel stress en teleurstelling dat veroorzaakt. Muziek heeft niets met punten te maken, wel alles met gevoel.’

Over steun zoeken bij anderen

Lise: Als ik zie dat iemand een mindere dag heeft, probeer ik dat echt te benoemen en laat ik merken: ik ben er voor u als je mij nodig hebt. Maar er zijn weinig mensen die dat doen. Ook op school had ik niet vaak het gevoel dat iemand aandacht voor mij had. Het ging altijd over wat niet goed ging, zoals de slechte cijfers op je rapport. De goede kregen weinig aandacht. Dat is demotiverend. Ik herinner me nog steeds dat de juf in het zesde leerjaar naar mij toe kwam om te zeggen hoe goed ik gewerkt had. Dat zoiets mij 11 jaar later bijgebleven is, geeft toch aan hoe deugd dat zoiets kan doen.’

Jordan: ‘Ik sluit me snel af als het niet goed met me gaat. Zo ben ik al redelijk wat vrienden verloren, die dat niet begrijpen. Veel hulpverleners vertrouw ik niet. Die hebben vaak al een plaatje in hun hoofd van hoe je bent, en een uitgestippeld traject over wat best zou zijn voor jou. Zo heeft de school mij naar Arktos gestuurd, omdat ik volgens hen in aanmerking kwam om een persoonlijk ontwikkelingstraject te volgen. Tussen de andere jongeren daar voelde ik me absoluut niet op mijn plaats. Toen ik terug naar school kon, was ik helemaal gedemotiveerd. Ik ben dan ook gestopt met school. Ik voelde me een blok klei die geboetseerd werd door mijn ouders, de school en de maatschappij, zonder rekening te houden met wat ik zelf wil. Eén medewerker van Arktos gaf mij wel een familiaal gevoel. Met haar kan ik over alles praten, en omgekeerd deelde zij ook vrij persoonlijke dingen met mij. Ze heeft mij ook praktisch veel geholpen, om werk te zoeken en zelfstandig te gaan wonen. Ook bij Koen en Terri van de Troubadours kan ik alles kwijt.’

Koen: ‘Wij gaan naar plekken waar jongeren komen die niet zo goed in hun vel zitten, en vragen wie zin heeft om muziek te maken. Er moet niets. Het betekent voor de jongeren vaak heel veel dat wij geen hulpverleners zijn. Als een jongere teveel drinkt na een optreden met de Troubadours, kunnen wij daar gewoon over praten. Uit bezorgdheid, en niet omdat we rekening moeten houden met huisregels of avondklok.’

Hulpverleners hebben vaak al een plaatje in hun hoofd van hoe je bent, en wat het best zou zijn voor jou. (Jordan)

Over de kracht van samen musiceren

Koen: ‘Repeteren en optreden, betekent samen een band creëren. We komen ook op heel veel plaatsen. Ik zie dat die gasten daar deugd van hebben, net als ikzelf. Optreden zit in een sfeer van positiviteit en complimenten krijgen.’

Jordan: ‘Musicals vind ik al geweldig van kleins af. Als ik thuis zong, kreeg ik altijd negatieve commentaar: ‘zwijg’, ‘hou uw bakkes’, ‘je kan niet zingen’,… en ik geloofde dat ook. Door toeval hoorde Koen mij zingen, en hij overtuigde mij om het eens te proberen bij de Troubadours. En hier zit ik dan. Ik heb zelfs al voor de koning en koningin gezongen. Het voelt echt wel als een opgestoken middelvinger naar mijn ouders.’

Koen: ‘Het mooiste compliment kwam van Raymond Van het Groenewoud, die zei dat wij alleen maar geloofwaardige muziek maken, iets waar hij zijn hele carrière voortdurend naar zoekt. Ik vind het fantastisch dat wij het levensverhaal van deze jongeren, die het niet makkelijk hebben, mee kleur geven. Ik word gelukkig van die mannen te zien stralen en genieten.’

Over (de druk van) sociale media

Lise: ‘Op sociale media toon ik niet enkel de positieve kant van mijn leven. Een tweetal jaar geleden zat ik vrij diep en startte ik een blog, waar ik ook praatte over mijn zelfmoordgedachten. Mijn ouders vinden dat je persoonlijke problemen niet online moet zetten. Mij doet dat deugd als ik kan laten zien hoe ik me voel. Dat is mijn uitlaatklep. Reacties op zo’n post vind ik zelf niet nodig. Het is genoeg als ik het kan delen. Al hoop ik dat anderen die zich niet goed voelen, wel iets aan mijn verhaal hebben.’

Jordan: Ik deel meer de leuke dingen. De slechte dingen zijn persoonlijk. Ik heb namelijk geen boodschap aan medelijden of vragen of het wel goed gaat met me.’

Over mildheid voor jezelf en anderen

Lise: ‘Ik ben heel fel bezig met wat anderen over mij denken. Het is moeilijk om dat niet te doen. In mijn zoektocht naar wie ik ben en wie ik wil zijn, heb ik veel gelezen en ging ik ook naar een psycholoog. Laat kinderen maar gewoon zijn. Je moet niemand naar de muziekschool sturen als ze liever huizen willen bouwen. Daar zitten ook vaak dromen van de ouders achter. Hoewel ik misschien ver gekomen ben na alles wat er gebeurd is, ben ik niet mild voor mezelf. Ik heb een heel negatief zelfbeeld. Ik voel me minderwaardig en stel me ook altijd zo op. Ze hebben ook jaren over me heen gepraat en ik heb niet geleerd om ook een stem te hebben en mee te beslissen. Ik moet daar leren in geloven, dat ik wel iemand ben.’

Jordan: Ik ben een jongen op hakken en soms ook met make-up. Ik schaamde mij in het begin en keek naar de reacties van anderen. Maar nu boeit dat mij niet meer. Ik voel me daar goed bij.'

Koen: Ik kan met mijn puberzoon heel goed praten. Als hij bijvoorbeeld extreem zijn voeten aan iets veegt, kan ik tonen dat ik boos of verdrietig ben. Het is ook normaal dat hij de grenzen soms opzoekt, dat hoort bij opgroeien. Ik sta er dan wel om hem die grens nog eens aan te geven. Ik durf als ouder ook toegeven als ik te ver ben gegaan. Dan zeg ik dat het niet ok was van mij. Mijn kinderen mogen mij daar ook op wijzen.’

Lise: ‘Sommige ouders staan niet genoeg stil bij het waarom: waarom voel je je niet goed, waarom ben je boos? Ze zouden ook moeten zeggen dat ze een drukke dag hadden of een moeilijk moment. Dat moet ook kunnen. Het is niet dat je je kind daarmee belast, maar je plaatst net in de context waarom je dan wat minder geduld hebt of wat minder aan kan. Dan hoeft het niet te ontploffen.’

troubadours
troubadours