Loyaliteit

Loyaliteiten bij de geadopteerden

Loyaliteit heeft alles te maken met ‘verbonden voelen met’ en ‘trouw zijn aan’. Ieder mens heeft een ‘zijns loyaliteitsband’ met zijn biologische ouders (zij hebben mij het leven gegeven). Zo blijft ook een geadopteerde, door zijn geboorte, verbonden met zijn biologische ouders. Daarnaast heeft een geadopteerde ook een ‘verkregen loyaliteitsband’ met zijn adoptieouders die hem verzorgen en opvoeden. Iedere geadopteerde staat voor de taak beide loyaliteiten te verinnerlijken naast elkaar en een plaats te geven in zijn identiteit. Dit kan zowel vlot als moeilijk verlopen.

Voor een geadopteerde is het niet óf de ene óf de andere. Hij worstelt juist met het gevoel van loyaal te willen zijn aan beide ouderparen. Deze dubbele loyaliteit omzetten in gedrag kan een hele uitdaging zijn. Immers: hoe toon je dat je trouw bent aan de ene, zonder daarbij je verbondenheid met de ander te ontkennen? Op zoek naar evenwicht schieten sommige geadopteerden door in afwijzing. Ze gedragen zich boos, afstandelijk of verzetten zich tegen de adoptieouders. Soms kiezen ze demonstratief partij voor de biologische ouders door diens (vermoedelijke) levenswijze te imiteren. Omgekeerd durven geadopteerden soms hun loyaliteit aan hun biologische ouders niet te uiten. Ze stellen geen vragen over hun biologische ouders. Ze uiten geen interesse uit angst daarmee hun adoptieouders te kwetsen met wie ze hier en nu leven.

Loyaliteitsconflicten spelen vaak op onbewust niveau. Een geadopteerde kan zich schuldig voelen ten opzichte van zijn biologische ouder als het van zijn adoptieouders gaat houden. Dit kan voelen als verraad. Of hij heeft moeite de liefde van de adoptieouders te ontvangen omdat dit als een ‘schuld' voelt die terugbetaald moet worden.

Het hanteren van loyaliteiten is persoonsgebonden en verschilt per ontwikkelingsfase

Voor een jong kind is het van wezenlijk belang dat het zeker is van zijn band met de adoptieouders. Het wil op de adoptieouders lijken, erbij horen, uit de buik van de adoptiemoeder komen. Afhankelijk van de leeftijd bij afstand is het zich meer of minder bewust van het bestaan van en de loyaliteit aan de biologische ouders.

Rond het zevende levensjaar gaat een adoptiekind beseffen dat adoptie niet alleen betekent ‘gewenst zijn door de adoptieouders' maar ook ‘verlaten of afgestaan zijn door de biologische ouders’. Dit brengt gedachten en ideeën over de biologische ouders op gang. Vaak ontstaat de vraag ‘Wat beteken/betekende ik voor mijn biologische ouders en wat betekenen zij voor mij?'. 

In de puberteit spelen loyaliteitsvragen een belangrijke rol binnen  de zich vormende identiteit: op wie lijk ik, bij wie hoor ik, voel ik me Colombiaan of Belg?

Interesse in herkomst of een reis naar het land van herkomst maakt loyaliteitsvragen actueel. Het ontmoeten van de biologische ouders of familie heeft impact op loyaliteitsgevoelens. Geadopteerden kunnen in verwarring raken of in een loyaliteitsconflict komen, door een ontmoeting met hun biologische ouders.

Belangrijke life events als zelf kinderen krijgen of het verlies van adoptiefamilie kunnen opnieuw de focus op en loyaliteitsgevoelens aan de biologische familie in perspectief zetten.

Loyaliteiten bij de adoptieouder(s)

Loyaliteit kan voor adoptieouders een pijnlijk onderwerp zijn. Het drukt hen met hun neus op het feit dat de biologische ouders van hun kind hoe dan ook een rol blijven spelen in zijn denk- en belevingswereld. Zij zullen nooit de enige ouders zijn van en voor hun kind.

Adoptieouders kunnen zeer gemengde gevoelens ervaren ten opzichte van de biologische ouders van hun kind, bv. wanneer deze het kind mishandelden of verwaarloosden. Hun ambivalentie zal de loyaliteitsgevoelens van hun kind beïnvloeden. De manier waarop zij zich zelf verbaal en non-verbaal loyaal tonen aan de biologische ouders van hun adoptiekind beïnvloedt de manier waarop hun adoptiekind zijn loyaliteitsgevoelens hanteert.