Het gezin in een drukke samenleving

De gezinstijd is altijd ingebed tussen andere tijdsbestedingen en tijdsordes, zoals school, werk en vrije tijd. Die maken elk aanspraken op de tijd van de gezinsleden, en het zijn vooral de ouders die de weinig benijdenswaardige taak hebben om die diverse aanspraken te combineren.

Tijdsdruk

Uit tijdsbestedingsonderzoek bij volwassenen (Glorieux e.a. 2006) weten we dat ouders, en dan vooral tweeverdieners, meer ‘tijdsdruk’ ervaren dan wie ook: het gevoel dat je tijd tekort komt om alles gedaan te krijgen wat je zou willen of moeten doen. Dat gevoel van tijdsdruk is er omdat tijd nu eenmaal schaars is en de tijd die aan het werk besteed wordt, bijvoorbeeld niet meer beschikbaar is voor ‘familietijd’. Maar het gevoel onvoldoende tijd te hebben voor het gezin, komt ook doordat werktijd en gezinstijd een heel verschillende ‘moraliteit’ bezitten. We zijn het gewoon om de economische arbeidstijd af te meten en hem zo efficiënt mogelijk in te vullen. Voor de relaties van zorg en affectie die de kern uitmaken van familietijd, ligt dat heel anders. Het past eigenlijk niet om daarin tijd te ‘meten’: omgaan met en zorgen voor elkaar is een doel op zich.

Maar in de praktijk moet de gezinstijd vaak concurreren met de tijd die wordt ingenomen door werk, school en vrijetijdsbestedingen. Dat allemaal combineren, vergt met name van ouders heel wat gepuzzel. Het zadelt hen soms ook op met een schuldgevoel: is er eigenlijk wel genoeg tijd voor de kinderen, voor het gezin? En is die tijd wel ‘kwaliteitsvol’ genoeg?

Kinderen zelf ervaren zelden dergelijke gevoelens van tijdsdruk. Ook de kinderen die vijf, zes, zeven keer per week van huis zijn voor hun hobby’s, zeggen dat ze het niet druk hebben. Ze doen die hobby’s doorgaans graag, dus is het voor hen betekenisvolle tijd, en bovendien ligt de moeilijke taak om verschillende tijdsbestedingen te combineren meestal niet in hun handen, maar in die van hun ouders. Die organiseren alles, en de kinderen rijden bij wijze van spreken gewoon met hen mee.

Wanneer de werktijd ‘overloopt’ in de gezinstijd

Toch verwijzen ook kinderen naar de moeilijke combinatie tussen heel verschillende soorten tijd wanneer ze spreken over hoe het werk van hun ouders de gezinstijd beïnvloedt. Wat kinderen wel eens dwars zit, is dat de arbeidstijd soms overloopt in en vreet aan de gezinstijd. Rechtstreeks, omdat ouders pas laat thuis zijn of omdat ze ook thuis nog voor het werk bezig zijn – iets wat door thuiswerk, e-mail en gsm veel vanzelfsprekender is geworden. En onrechtstreeks, omdat ouders moe zijn van het werk of omdat ze door de lange werkuren nog veel huishoudelijk werk te doen hebben en dus minder tijd voor de kinderen kunnen vrijmaken.

Eerder dan de hoeveelheid tijd die ouders voor hun kinderen hebben, blijkt hun werk vooral invloed te hebben op de kwaliteit van de interacties tussen ouders en kinderen (Roeters 2008).

Het zijn vooral de kinderen van (quasi-)voltijdse tweeverdieners die deze ‘spillover’ van het werk van de ouders in de gezinstijd signaleren. Daarbij stellen ze de arbeidssituatie van hun ouders zelf zelden in vraag. Veeleer leggen ze zich erbij neer: ‘je kan er niet veel aan doen’. Maar evengoed vinden kinderen het jammer dat de drukbezette ouder dan soms “niet meedoet”. Als een van de ouders vaak afwezig is, laat thuis komt en maaltijden mist of thuis nog veel met het werk bezig is, wordt dit als een gemis ervaren. Dat is ook zo als de andere ouder heel vaak thuis is: kinderen hebben dan wel voortdurend een ouder in de buurt, maar ook deze kinderen geven aan dat ze de andere, drukbezette ouder (vaakst de vader) missen. In tweeoudergezinnen is tijd met beide ouders dan ook van belang. De bedrituelen kunnen dan een mooie kans zijn om wat tijd samen te vinden, maar eigenlijk is het vooral de dagelijkse, heel gewone tijd samen waar kinderen dan naar verlangen.

Ook vaders doen zeker inspanningen om een mouw te passen aan de lastige combinatie met het werk en om vaker beschikbaar te zijn voor hun kinderen. Ze nemen elke woensdagnamiddag vrij en offeren zo vakantiedagen op, vertrekken een dag per week wat later naar het werk om zo eens samen met de kinderen te kunnen ontbijten of komen vroeger terug om samen te kunnen gaan zwemmen. Maar de grootste inspanningen worden toch meestal gedaan door moeders, die vaker niet uit werken gaan, thuis werken of deeltijds werken, en hun vrije momenten proberen af te stemmen op de noden van het gezin.

go to top