De pedagogische visie van Lev Vygotski

Je kunt de wereld enkel samen met anderen ontdekken

Kinderen hebben een zelflerend vermogen, maar om in hun ontwikkeling verder te komen, hebben ze volwassenen en leeftijdsgenoten nodig. Dat is in het kort de visie van de Russische psycholoog Lev Vygotski. Kan een Huis van het Kind zo’n omgeving zijn waar kinderen samen met volwassenen en andere kinderen de wereld ontdekken? 

Tekst: Ellen Rutgeerts (VBJK) Vormgeving identiteitskaart: Susy Cascado

paspoort Vygotski

VISIE

Levensloop

Lev Vygotski wordt geboren in het kleine Orsja in het huidige Wit-Rusland. Nog voor zijn eerste verjaardag verhuist het joodse gezin naar de stad Gomel waar Lev opgroeit en later naar school gaat. De Vygotski’s staan bekend als een goed ontwikkelde familie. Levs vader werkt als manager bij de bank van Gomel. Hij is een strenge man en stelt hoge eisen aan zijn kinderen. Tegelijkertijd heeft hij oog voor hun behoeften en zijn de kinderen erg op hem gesteld. De moeder van Lev spreekt vloeiend verschillende talen. Ze is opgeleid tot leerkracht, maar wijdt zich aan het huishouden en de zorg voor de acht kinderen. In het gezin Vygotski zijn zowel de ouders als de kinderen bovenmatig geïnteresseerd in geschiedenis, literatuur, theater en beeldende kunst.

Na het gymnasium gaat Lev naar de universiteit van Moskou, waar hij eerst rechten studeert, later literatuur en uiteindelijk ook psychologie. Zijn leven speelt zich af tegen de achtergrond van de Russische revolutie en de burgeroorlog. Met de val van het tsarenregime komt er een einde aan de discriminatie van Joden in overheidsdienst en kan Vygotski enige tijd als leerkracht werken, voordat hij afstudeert in de psychologie. Hij sterft op 38-jarige leeftijd aan de gevolgen van tuberculose.

Theorie en ideeën

Als onderzoeker aan het psychologisch instituut van Moskou bestudeert Vygotski de manier waarop taal ons denken beïnvloedt. Hij ondervindt dat taal zoveel meer is dan de pure weergave van onze gedachten. Door woorden te geven aan wat we denken, sturen we tegelijk ook ons denken.

Daarnaast bestudeert hij ook hoe kinderen leren. Hij concludeert dat kinderen actief zijn in het zoeken naar kennis en vaardigheden, maar dat ze een sociale omgeving nodig hebben om zich te ontwikkelen en een stapje verder te gaan. Kinderen leren door samen met volwassenen of leeftijdsgenootjes activiteiten te ondernemen. Daartoe leren ze ook taal: om die interactie met anderen te kunnen aangaan.

Vygotski onderscheidt twee ontwikkelingsniveaus. Allereerst is er het actuele niveau: de taken en activiteiten die een kind zelfstandig kan uitvoeren. Daarnaast is er het hogere ontwikkelingsniveau: de taken en activiteiten die een kind nog niet zelfstandig kan uitvoeren, maar wel als hij bepaalde ondersteuning krijgt. Dat noemt Vygotski ‘de zone van de naaste ontwikkeling’. De gedachte achter die theorie is dat kinderen het meeste leren van taken en activiteiten die nét een beetje moeilijker zijn dan wat ze zelf al kunnen. Met hulp van een ander kunnen ze de taak wel volbrengen. Door aan te sluiten bij wat het kind alleen kan en het te helpen bij wat het nog niet kan, doen kinderen kennis en vaardigheden op die ze alleen nog niet hadden kunnen verwerven.

Volgens Vygotski speelt taal daarbij een belangrijke rol. Als volwassenen en kinderen samen taal gebruiken, leert een kind de wereld te begrijpen. Spel noemt Vygotski de ‘leidende activiteit’: spel creëert een zone van naaste ontwikkeling. Wanneer je met kinderen taal en spel gebruikt, bied je kinderen in de visie van Vygotski optimale kansen om zich te ontwikkelen en te leren.  

INSPIRATIE VOOR JOUW HUIS VAN HET KIND

De oorspronkelijke invulling van Vygotski’s ‘zone van naaste ontwikkeling’ is eerder taakgericht. Als je er in het Huis van het Kind een sociale en talige component aan toevoegt, kun je de wereld van gezinnen helpen verbreden.

Sociale zone van naaste ontwikkeling

Een Huis van het Kind is niet gericht is op concrete ontwikkelingsdoelen: het gaat niet om bepaalde vaardigheden die je op een bepaalde leeftijd moet kunnen. Maar een Huis van het Kind wil ouders natuurlijk wel ondersteunen om kinderen alle mogelijke ontwikkelingskansen te geven. De kernboodschap van Vygotski is dat dit best gebeurt in een sociale omgeving. Kinderen hebben andere mensen nodig om te groeien, om nieuwe ervaringen op te doen.

En waar kun je – als gezin – die andere mensen beter ontmoeten dan in een Huis van het Kind? Grote kans dat er kinderen zijn in dezelfde leeftijdscategorie en volwassenen die met hun kinderen dezelfde fase doormaken. Je kunt het je zo voorstellen. Het ene kind dat het andere kind geboeid zit te observeren en nadien probeert om zelf ook op die driewieler te klimmen. De moeder met aanstormende tieners die met gespitste oren luistert naar een vader die het zakgeldbeleid voor zijn oudere kinderen uitlegt. Dat is alvast interessante info voor later. Verbaal en non-verbaal, een Huis van het Kind kan gezinnen veel ervaringen bieden die doen denken aan een soort zone van naaste ontwikkeling.

Je kunt dergelijke uitwisseling bewust organiseren: via activiteiten voor kinderen, praatavonden voor ouders, een koffiemoment, een ontmoetingsplaats, … Ook als je er niet expliciet op inzet, kun je als gastvrouw / gastheer wel mensen met elkaar verbinden. Soms weet je bijvoorbeeld dat ouders hetzelfde meemaken en daar graag met iemand anders over praten. Of je kent iemand die op zoek is naar een tweedehands buggy en iemand anders die dat net van de hand wil doen: voor je het weet heb je twee ouders die in het opvoeden ongeveer hetzelfde meemaken met elkaar in contact gebracht, als in een sociale zone van naaste ontwikkeling. Sociale ontmoeting en cohesie zijn hier de sleutelwoorden.

Leefwereld verruimen

Nog een manier om te werken aan de pedagogische visie van Vygotski is gezinnen ook werkelijk andere ervaringen bieden. Met andere woorden: onderneem activiteiten die gezinnen op hun eentje niet zo makkelijk georganiseerd krijgen, ga samen naar evenementen waardoor je de drempel voor gezinnen kunt verlagen. Nodig iemand uit om een sessie babymassage, een speciale kookworkshop, een circusles of een honkbaltraining te geven. Ga naar een voorleesfestival, een museum, een manege, het treinstation, de zee.

Wie weet heb je als Huis van het Kind mogelijkheden en ideeën waar afzonderlijke gezinnen niet toe komen. En zelfs als je het klein aanpakt, bijvoorbeeld met een buurtwandeling, is het nog steeds zo dat je de leefwereld van gezinnen aan het verruimen bent. Vaak zijn gezinnen blij als ze – onder begeleiding in groep – kunnen kennismaken met de plaatselijke bibliotheek, de prijzen voor een zwembeurt leren kennen, beter zicht krijgen op de verschillende scholen in de buurt. Op die manier ben je als Huis van het Kind al een zone van naaste ontwikkeling op zich.

Taal geven

Vygotski beklemtoont sterk de rol van taal. Volgens hem heeft een mens woorden nodig: je moet dingen kunnen benoemen om ze te kunnen begrijpen. In een Huis van het Kind is altijd taal aanwezig. Er wordt gepraat, aan de muur hangen inlichtingen, er zijn vaak veel folders. Dat gebeurt in verschillende talen, naar gelang de achtergrond van de gezinnen. Hoe ga je om met taal en meertaligheid?

Op verschillende manieren kun je heel concreet de communicatie ondersteunen. Denk maar aan het advies dat je kunt inwinnen van een Huis van het Nederlands. Soms vinden jullie een gemeenschappelijke (tweede) taal, zoals Frans of Engels. Op andere momenten helpen gebaren, pictogrammen en foto’s  om eenvoudige boodschappen over te brengen. Bij meer ingewikkelde of persoonlijke gesprekken is vertaling aangewezen. Dat kan iemand zijn die de ouder vertrouwt, een familielid of vriend waar de ouder zich goed bij voelt. Het kan ook een professionele tolk zijn die ter plekke komt of via telefoon of webcam werkt (zie www.vlaamsetolkentelefoon.be).

Om het even hoe je het aanpakt, de rode draad doorheen het taalbeleid van een Huis van het Kind is: het gezin staat centraal , spel en communicatie zijn het belangrijkste. Hoe het gebeurt en in welke taal, dat is van tweede orde. Als dit principe duidelijk is en iedereen in jouw Huis van het Kind erachter staat, hoef je niet meer telkens opnieuw over elke praktische regeling te discussiëren. Niet dat alles dan vanzelf gaat – het vraagt nog steeds energie om in te zetten op vereenvoudigde communicatie, pictogrammen en vertalingen – maar je hebt tenminste een duidelijk kader waarin je weet dat deze regelingen nodig zijn. Als je bovendien een klimaat creëert waarin spreekfouten gemaakt mogen worden (bijvoorbeeld in andere talen), dan verlaagt dat voor iedereen – ook voor ouders – de drempel om te durven communiceren. En communicatie, dat is belangrijk.