Contactbreuk bij scheiding

Elke scheiding waarbij kinderen betrokken zijn, betekent naast de verlieservaring ook een reorganisatie van het ouderschap. Daarbij raken ouders en kinderen het soms niet eens over hoe de ouder-kind relatie er kan uitzien. Dit kan leiden tot contactbreuk tussen ouders en kind. Een delicate situatie voor medewerkers in de gezinsondersteuning of hulpverlening om mee om te gaan. 

Een betwist begrip

De Amerikaanse psychiater Richard Gardner sprak als eerste over het bestaan van het Parental Alienation Syndrome (PAS), wat vertaald werd als ‘ouderverstoting’ of ‘oudervervreemding’ (1985). Hiermee belichtte hij dat gezinsrelaties ook na de scheiding grondig verstoord kunnen worden. Dit kan leiden tot zo'n grote kloof met contactvermindering en/of contactbreuk tot gevolg. Hij bekijkt de oorzaak echter als een individueel probleem tussen ouder(s) en kind, wat leidt tot het zoeken naar 'de schuldige'. Bijvoorbeeld de ene ouder die de andere ouder tegen het kind opzet om het hoederecht over het kind te bekomen. Dit gaat voorbij aan de complexe dynamiek tussen kinderen en ouders. Vanaf het begin was er veel kritiek op de definitie van Gardner. Sommige critici beweerden de aanleiding om het contact te verbreken voortkomt uit het gedrag van de ouder die verstoten wordt. De verstoten ouder werd verdacht van geweld of misbruik of zou een persoonlijkheidsstoornis hebben. Andere critici beweerden dat het kind een ouder afwijst omdat deze het gezin in de steek liet en koos voor een nieuwe relatie. Ook deze visies delen het probleem op in goed en slecht, schuldig en onschuldig. Die tunnelvisie geeft weinig uitzicht op werkbare oplossingen. 

Systeemdenken als bril om naar een complexe werkelijkheid te kijken

Het systeemdenken kijkt naar de werkelijkheid als een relationeel en dynamisch gegeven waarin ouders en kind(eren) betrokken. Ze beïnvloeden elkaar onderling. Ook gebeurtenissen uit het verleden en het heden en verwachtingen voor de toekomst, zorgen voor voortdurende verandering in dit systeem. Een hoog-conflictueuze scheiding is een mijnenveld waarin ouders en kind verstrikt geraken. Het kind verstoot de ouder niet bewust of gewild, maar het zoekt een uitweg, een manier om te overleven. Contactbreuk kan tijdelijk noodzakelijk of wenselijk zijn als de onderlinge relaties voor te veel spanning, stress en onrust zorgen.

Wat moet je weten als professional?

  • Neutrale positie

Hulpverlening bij contactbreuk vraagt deskundige professionele ondersteuning. Verderop lees je meer over bestaande initiatieven. Ouders en kinderen die (tijdelijk) geen contact meer hebben met elkaar, komen natuurlijk ook terecht in andere contexten, zoals school, kinderopvang, Kind en Gezin, Huis van het Kind, … Belangrijk voor deze professionals is dat ze bewust omgaan met de situatie en vermijden dat hun tussenkomsten bijdragen aan de conflicten. Daarbij kan het helpend zijn om de ouder(s) te erkennen in de zorg voor hun kind en daarbij steeds een verbinding te maken met de noden en behoeften van de kinderen. Ook bendrukken dat contactbreuk vaak een tijdelijke manier is om een uitweg te zoeken, kan ondersteunend zijn. 

  • Ouderidentiteit na de scheiding

Ouders die samenleven en elk hun eigen opvoedingsstijl hanteren, compenseren elkaar in min of meerdere mate. Bij een scheiding kan het contrast tussen de strenge en de toegeeflijke ouder veel sterker in het oog springen. In veel gezinnen is er ook een taakverdeling ontstaan waarbij één ouder zich meer richt op de opvoeding terwijl de andere ouder andere verantwoordelijkheden opneemt. Het opbouwen en versterken van de ouderidentiteit na een scheiding loopt niet altijd vanzelf. Veel ouders zijn vragende partij voor meer en toegankelijke opvoedinformatie. 

  • Het netwerk kan steun betekenen en tegelijk ook valkuil zijn

Sociale steun vanuit het netwerk helpt mensen om te gaan met stressvolle gebeurtenissen zoals een scheiding. Maar soms werkt het averechts. Iemand uit het netwerk wil de ouder steunen waarmee die zich verbonden voelt, maar gooit daarmee ongewild olie op het vuur van het conflict tussen de ex-partners. De betrokken ouder wil loyaal zijn aan de ‘betekenisvolle ander’ in het netwerk, en het wordt bijna onmogelijk om de strijd te staken. Ongewild versterkt het netwerk op die manier de polarisatie. Het wordt er niet makkelijker op als verschillende personen in het netwerk tegengestelde verwachtingen of meningen hebben. Beckers (2016) noemt dit ‘het parlement van gedachten’ rond de ouders. Het in kaart brengen van de verschillende meningen en reflecteren hoe dit inspeelt om de eigen positie kunnen belangrijke eyeopeners zijn voor de betrokken ouders. 

Naast het informeel netwerk, komen ouders bij scheiding in contact met een professioneel netwerk waaronder bemiddeling, hulpverlening en/of justitie. Binnen de hulpverlening gaat men nog vaak uit van het standpunt dat ‘goed ouderschap’ na scheiding het best verloopt in onderlinge communicatie en overleg. Het installeren van verblijfsco-ouderschap als voorrangsregeling geeft mensen ongewild en vaak onbewust de boodschap dat ze pas ‘goede ouders’ zijn als ze dit realiseren, en kan opnieuw leiden tot meer polarisatie.

  • Het kind centraal

Vermits kinderen en jongeren nog volop in ontwikkeling zijn, moet elke tussenkomst rekening houden met de ontwikkelingsfase waarin het kind zich bevindt. Rekening houdende hiermee zijn tussenkomsten per definitie tijdelijk en moeten ze regelmatig geëvalueerd worden. 

Analyse gesprekken met Awel

In 2016 analyseerden onderzoekers 60 chatgesprekken tussen de hulplijn Awel en kinderen rond contactbreuk. Voor de grootste groep jongeren die geen of erg weinig contact hebben met een van de ouders is dat geen eigen keuze maar heeft de ouder het contact verbroken. Dit tast het gevoel van zelfwaarde van de kinderen ernstig aan. Zij voelen zich in de steek gelatent. Een verstaanbaar verhaal dat de verantwoordelijkheid voor de contactbreuk bij hen weghaalt, is dus belangrijk.

Een beperkte groep jongeren heeft er zelf voor gekozen om het contact met een van de ouders te verbreken, meestal omwille van een erg moeilijke thuissituatie: hevige conflicten, een te grote afstand tussen de woonplaats van beide ouders, weinig beschikbaarheid van de betreffende ouder. Naast opluchting brengt zo’n beslissing ook veel twijfel mee. De zorg voor jongere broers en/of zussen, is een overweging om de contacten te behouden. Redenen om het contact te verbreken, zijn gevoelens van onveiligheid en/of angst (depressie, dreigen met of angst voor zelfmoord, psychisch en fysiek geweld, drank- of middelenmisbruik). Soms hebben kinderen het moeilijk met de omstandigheden die geleid hebben tot de scheiding of de strijd die ouders voeren over verblijfs- of financiële regelingen. 

Gespleten loyaliteit

Kinderen en jongeren zijn verbonden met en ontlenen hun identiteit aan beide ouders. Een aanhoudend conflict tussen beide ouders en de tegenstrijdige verhalen van beide partijen, brengen hen in de war en maken het voor hen onmogelijk om ‘goed te doen’. De Hongaars-Amerikaans psychiater Nagy gebruikt hiervoor de term ‘gespleten loyaliteit’. Een keuze voor een ouder en tegen de andere is het gevolg van een kind dat verstrikt raakt in de zoektocht naar verbinding met beide ouders: het kind wil rust. Deze keuze zorgt echter voor een spreidstand, ook in de opbouw van de innerlijke identiteit en het gevoel van zelfwaarde (Wiewauters, 2005). Kinderen leren langzaam om zich in het perspectief van de ander te verplaatsen. Tot de leeftijd van tien jaar is de logica ‘Als mijn papa kwaad is op mijn mama, betekent dit niet dat hij kwaad is op mij, heel moeilijk te begrijpen. Tot zolang betrekt het kind onnodig heel veel zaken op zichzelf. 

Negatieve parentificatie

Ook de afhankelijkheidspositie is een belangrijke sleutel om het gedrag van kinderen en jongeren te begrijpen. Kinderen en jongeren zijn afhankelijk van de ouder(s). Zij zullen er dus alles aan doen om de ouder te helpen en te versterken als ze merken dat deze het moeilijk heeft. Nagy noemt dit ‘negatieve parentificatie’. Er ontstaat een rolomkering waarbij het kind in de ouderpositie terecht komt en zorgt, zowel voor de ouder als voor broers en/of zussen. Naast het opnemen van de daadwerkelijke zorg weegt vooral de emotionele verantwoordelijkheid zwaar door. Contactbreuk is een manier om overeind te blijven in belastende omstandigheden.

Professionele tussenkomsten bij scheiding en contactbreuk

De situaties waarin het contact tussen ouders en kind na een scheiding verbroken is, zijn erg divers. Contactbreuk beperkt zich niet tot ouder en kind. Het heeft invloed en wordt het beïnvloed door de brede context. Een passende professionele tussenkomst gebeurt dus best ‘op maat’ en aan de hand van enkele toetsstenen.

Toegankelijke en gratis informatie op tijd aanbieden aan scheidende ouders

Door onvoldoende of onjuiste informatie kunnen conflicten of verwijdering ontstaan. Om dit te vermijden, is het belangrijk om mensen vanaf het begin van het scheidingsproces goed te informeren over de verschillende scheidingstrajecten waaruit ze kunnen kiezen. Er zijn verschillende initiatieven die hierbij ondersteunen. 
•   Alianza heeft een aanbod voor ouders, kinderen, plusouders en familie/netwerk rond het gezin in scheiding.
•    Her en der ontstonden de laatste jaren (piloot)projecten van trajectbemiddeling. Trajectbemiddeling brengt elk traject in kaart met voor- en nadelen, en met oog voor de conflicten die een akkoord in de weg kunnen staan. Er wordt geen voorrang uitgesproken of waardeoordeel aan verbonden. Uitgangspunt is dat mensen een weloverwogen keuze maken en dit lukt het beste als ze goed geïnformeerd zijn. Onderzoek maakt duidelijk dat bemiddeling als alternatief parcours voor de rechtbank nog steeds (te) weinig gekend is en te laat wordt ingezet. 

Rekening houden met de behoeften en noden van kinderen en jongeren 

Kinderen hebben recht om beschermd, gehoord en betrokken te worden. Geen makkelijke opdracht. Leeftijd en ontwikkelingsfase van het kind bepalen de noden en behoeften, en de mogelijkheden. Daarnaast is het (on)welzijn van kinderen onlosmakelijk verbonden met dat van de ouders, en wordt dit ook beïnvloed door het netwerk.

  • Een luisterend oor: ze verkiezen hierbij een gesprekspartner buiten het juridisch kader, en met waarborg van privacy en geheimhouding. In een traject van bemiddeling zou automatisch aandacht moeten gaan naar een laagdrempelige toegankelijkheid voor kinderen, met professionals die dit op aandachtige en respectvolle manier aanpakken, en het kind niet in een situatie brengen die zijn loyaliteit naar beide ouders onder druk zet. Kinderen in complexe gezinssituaties stemmen zich af op de noden van de ouder(s) en moeten opnieuw grip krijgen op hun eigen perspectief. 
  • Afstemming tussen alle betrokken professionals: het gesprek met kinderen kadert – indien nodig – binnen een breder onderzoek tussen betrokken professionals. Momenteel wordt dit geregeld via een sociaal onderzoek, in andere situaties wordt een tijdelijke opname in een Observatie en Onthaalcentrum aanbevolen. 
  • Herstel van het verbroken contact: op vraag van de ouder of in opdracht van justitie kan opnieuw contact opbouwen tussen ouder en kind via de bezoekruimte
  • Peer-support: kinderen en jongeren kunnen zich ook bevestigd en versterkt voelen door hun leeftijdsgenoten. Sinds kort experimenteert Awel met J-Awel waarbij jongeren een antwoord geven op de forumberichten van hun leeftijdsgenoten. Deze jongeren krijgen eerst een vorming en kunnen blijvend rekenen op ondersteuning. Ook binnen het reguliere dienst- en hulpverleningsaanbod zou hierop meer ingezet kunnen worden.

Dialoog en overleg tussen de actoren van welzijn en justitie 

Een justitiële uitspraak biedt een kader dat de grenzen aangeeft. Soms noodzakelijk om de ouder-kindrelaties te beheersen, maar vaak niet voldoende om de verstoorde dynamiek te herstellen. De juridische strijd staken en vanuit hulpverlening eerst focussen op een werkbare oplossing, kan de lont uit het kruitvat halen. Het project ‘Kinderen uit de Knel’ van Justine Van Lawick houdt hiermee rekening. Mensen die verwikkeld zijn in een hoog conflictueuze scheiding kunnen door justitie verwezen worden. Gedurende acht sessies leren kinderen en ouders over de ontwikkeling en werking van conflicten en de invloed ervan op kinderen. Ervaringsoefeningen in groep, samen met inbreng vanuit de kindergroep, lijken erin te slagen om de tunnelvisie bij de deelnemers te doorbreken en ruimte voor nieuwe inzichten te creëren. 

Werken met het netwerk 

Bij hoog conflictueuze scheiding is een akkoord met beide ouders soms een onhaalbare kaart. Men verlegt de gerichtheid van ouders op elkaar naar de zorg voor kinderen (Cottyn, 2016).  Dit betekent twee aparte trajecten waarbij het kind, de betreffende ouders en mensen uit het netwerk van die ouder samen nadenken over hoe de contacten kunnen verlopen. Binnen deze context verdient het aanbeveling om in de praktijk in te zetten op het aanbod van ‘eigen kracht conferenties’. Een beloftevol initiatief uit Nederland is DEES, dat verwijst naar De-escalatie bij scheiding. Ouders krijgen apart van elkaar begeleiding, in eerste instantie gericht op het de-escaleren van de conflicten. Ouders krijgen individueel hulp en ondersteuning en werken aan de eigen ouder-kind relatie. Terwijl het project loopt zijn er afspraken met een buddy uit het netwerk van beide ouders. Deze houdt consequent de focus op het kind. Hij zorgt ervoor dat tijdelijke afspraken omtrent de kinderen nageleefd worden en ondersteunt de ouder hierbij. De eerste resultaten van DEES zijn positief, maar voor een grondige evaluatie is het nog te vroeg.

Bron: Handboek Familiaal Geweld, Steunpunt Algemeen Welzijnswerk (2012), Uitgeverij Politeia. Hoofdstuk 4. Kindermishandeling. Aflevering 17 (2017)