beleid
Evaluatie van het decreet opvoedingsondersteuning
Drie jaar na de goedkeuring van het decreet inzake de organisatie van opvoedingsondersteuning, werd werk gemaakt van een grondige evaluatie van het decreet. De rapporten zijn nu beschikbaar op de website van Kind en Gezin, je vindt ze onder het item opvoedingsondersteuning.lees meer
Kwaliteitslabel opvoedingswinkels niet-centrum steden
Op 12 december 2008 ondertekende de Vlaamse regering het besluit betreffende de toekenning van een subsidie-enveloppe en kwaliteitslabel aan de opvoedingswinkels. In uitvoering van het decreet van 13 juli 2007 houdende de organisatie van opvoedingsondersteuning, wordt in hoofdstuk 3 nader bepaald onder welke voorwaarden een kwaliteitslabel toegekend kan worden aan opvoedingswinkels buiten de centrumsteden.
Elk samenwerkingsverband, dat uitgaat van een niet in een centrumstad georganiseerd lokaal overleg opvoedingsondersteuning, kan een kwaliteitslabel aanvragen, voor zover het voldoet aan de voorwaarden vermeld, in artikel 6, §1, met uitzondering van 1° van het decreet.
Je vindt hier de procedure met nadere toelichting bij deze voorwaarden, alsook bij de opdrachten die het samenwerkingsverband moet vervullen om in aanmerking te komen voor een kwaliteitslabel. De procedure beschrijft ook de werkwijze voor het indienen van de aanvraag, de wijze waarop de beslissing zal genomen worden en de geldigheidsduur van het kwaliteitslabel.
Aanvragen voor een kwaliteitlabel kunnen ingediend worden in de maand september. Indien de aanvraag wordt goedgekeurd, wordt een kwaliteitslabel toegekend voor een periode van vijf jaar, startend op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar van de aanvraag.
Evaluatie van het decreet opvoedingsondersteuning
In 2010 wordt het decreet inzake de organisatie van opvoedingsondersteuning geëvalueerd. Met de evaluatie wil de minister zicht krijgen op de implementatie en input krijgen voor eventuele optimalisatie.
De minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin heeft het agentschap Kind en Gezin gevraagd deze evaluatie voor te bereiden en te coördineren in afstemming met Jongerenwelzijn.
De evaluatie bestaat uit twee luiken :
- Een kwantitatief en beschrijvend gedeelte aan de hand van een vragenlijst.
In deze wordt gepeild naar de betrokkenheid van de lokale besturen aan de hand van kwantitatieve gegevens ( aanstelling lokale coördinator, lokaal overleg, samenwerkingsverbanden, ...) en kwalitatieve gegevens ( bijv. hoe ervaren lokale besturen het lokaal overleg, welke verbeteringen kunnen er aangebracht worden in het decreet,...)
Deze opdracht is uitbesteed aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen ( Kristien Nys). - Een kwalitatief luik door middel van focusgroepen met belangrijke stakeholders (zoals opvoedingswinkels, provinciale steunpunten opvoedingsondersteuning, aanbieders van OO, EXPOO, ...).
Hoe kijken zij naar hun eigen werking in relatie tot het decreet en naar de ruimere implementatie. Hierbij ligt de focus op sterktes, zwaktes en verbeterpunten.
Dit proces wordt begeleid door Cibe communicatie, Gent.
Het adviescomité van EXPOO werd gevraagd om advies te verlenen over de evaluatie. Het advies kan je hier vinden.
Momenteel werkt Minister Jo Vandeurzen aan de aanbevelingen die zullen voortvloeien uit de evaluatie van het decreet. Zodra deze aanbevelingen gekend zijn, zullen we ze op deze website publiceren.
30 jaar Vlaams welzijns- en gezondheidsbeleid
Weliswaar publiceert deze week een intergrale editie over de 30ste verjaardag van het Vlaams welzijns- en gezondheidsbeleid. Daarbij aansluitend voegt Weliswaar exclusief de toegankelijke versie van de beleidsnota waarin Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen zijn visie en de beleidsopties voor de komende vijf jaar uiteenzet.lees meer
Beleidsdocumenten over opvoedingsondersteuning
Met het decreet van 13 juli 2007 houdende de organisatie van opvoedingsondersteuning lagen de contouren vast voor het uitwerken van een Vlaams beleid inzake opvoedingsondersteuning.
De volgende documenten bouwen verder op de krachtlijnen die in het decreet zijn uitgezet:
- Uitvoeringsbesluiten bij het decreet van 13 juli 2007
- Globaal plan jeugdzorg en Perspectief!
- Vlaams regeerakkoord
- Beleidsnota 2009-2014
- Beleidsbrief Welzijn, Volksgezondheid en Gezin 2011-2012
Uitvoeringsbesluiten bij het decreet van 13 juli 2007
Bij het decreet van 13 juli 2007 werden twee besluiten opgemaakt om verdere uitvoering te geven aan het decreet.
Het eerste uitvoeringsbesluit trad in werking op 12 december 2008. Dit uitvoeringsbesluit gaf meer informatie over de werking van de opvoedingswinkels. Ook regelt het de erkenning en subsidiring van de opvoedingswinkels in de centrumsteden.
Op 1 mei 2009 trad het tweede uitvoeringsbesluit in werking.
Het biedt meer duiding bij de organisatie van het lokaal beleid inzake opvoedingsondersteuning, de rol van de Vlaamse coördinatoren en van het Vlaams Expertisecentrum Opvoedingsondersteuning.
Globaal plan jeugdzorg en Perspectief!
Het Globaal plan ging eigenlijk het decreet opvoedingsondersteuning vooraf. De lancering van het nieuwe decreet was zelfs een van de vele doelstellingen in het globaal plan. Naast het decreet werden nog vele andere krijtlijnen getrokken voor de ontwikkeling van opvoedingsondersteuning als preventie. Die werken tot op vandaag nog door in de manier waarop opvoedingsondersteuning in Vlaanderen wordt georganiseerd.
Het Perspectief! is de opvolger van het Globaal plan jeugdzorg.
Ook in dit plan komt opvoedingsondersteuning aan bod. Het plan is echter nog niet goedgekeurd.
Met het Vlaams regeerakkoord wil de Vlaamse Regering een toekomstproject uitvoeren. Het bevorderen van de ontplooiingskansen van de mensen en het versterken van de sociale banden tussen mensen staan centraal. Alle gezinnen, maar ook het initiatief en het vrijwilligerswerk, worden gezien als steunpilaren van ons Vlaams maatschappelijk bestel en worden dan ook actief ondersteund.
Ook in de Beleidsnota van Jo Vandeurzen, Vlaams Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, komt opvoedingsondersteuning aan bod. In de beleidsnota legt de Minister accenten op het gezin als dé plek waar kinderen opgroeien, de verdere uitbouw van het beleid inzake opvoedingsondersteuning (met opvoedingswinkels als draaischijf) en de toegankelijkheid van opvoedingsondersteuning voor mensen die leven in armoede.


