EXPOO - Encyclopedie over opvoeden.
Dossier opgemaakt door Johan Meire, Kind en Samenleving
Geen dagelijkser en meer vertrouwde omgeving voor kinderen dan het gezin. Een door en door sociale omgeving ook: gezinstijd is tijd om met elkaar te praten, voor elkaar te zorgen, onderlinge relaties vorm te geven. Tegelijk geeft het gezin kinderen volop de ruimte om hun eigen tijd zelf vorm te geven, meestal met de ouders op de achtergrond.
Het gezin is echter geen eilandje. Het is ook de uitvalsbasis voor andere tijdsbestedingen, die aanspraken maken op de tijd van elk van de gezinsleden. Zo kan het werk van de ouders een invloed hebben op de gezinstijd en op de mogelijkheden die kinderen daarin ervaren.
Terwijl volwassenen graag de nadruk leggen op ‘quality time’ in de invulling van de gezinstijd, toont onderzoek bij kinderen aan dat de gezinstijd voor hen vooral divers moet zijn. Elke soort gezinstijd heeft wel zijn eigen waarde en biedt telkens weer kansen op ‘kwaliteitstijd’.
Het gezin is voor kinderen zonder meer de belangrijkste, meest dagelijkse en vertrouwde sociale leefomgeving. De tijd die samen doorgebracht wordt, kan heel diverse vormen hebben, die elkaar doorheen de dag vaak zullen afwisselen. We zouden daarin vier modi of verschijningswijzen kunnen onderscheiden:
Elk van die vier modi van gezinstijd heeft zijn eigen kwaliteit.
Samentijd
Ouders en kinderen verstaan heel diverse dingen onder ‘gezinstijd’. Maar het vaakst denken kinderen en zeker ouders aan de momenten waarop het gezin samen is en samen iets doet. En de ‘samen-activiteit’ die zij dan veruit het meest noemen, is het samen eten. Dat is, als intens sociaal moment, het prototype van gezinstijd. Bij het samen eten deel je niet alleen voedsel en tijd met elkaar: de maaltijd is ook een moment van samenhorigheid, van babbelen en plannen maken, van zorg en van opvoeding.
Dat samenmoment is te koesteren; het verdient tijd. Ouders spreken vaak over samen eten in morele termen. Ze omschrijven het als een ‘belangrijk’ of zelfs ‘heilig’ moment, en leveren behoorlijk wat inspanningen om het samen kunnen eten te verzekeren, tenminste zoveel als praktisch haalbaar is. Kinderen vinden vooral dat eten en praten onlosmakelijk verbonden zijn. Etenstijd is tijd om te babbelen, plezier te maken, elkaar te vertellen over de dag. Kinderen waarderen die wederkerigheid: het is prettig om van elkaar te weten wat iedereen heeft meegemaakt.
Ook noemen kinderen vaak gezelschapsspelletjes spelen als ‘echte’ samentijd. Het gebeurt vooral ongepland en op vraag van de kinderen, en speelt zich ook op hun terrein af: spelen. Gezelschapsspelletjes spelen is voor kinderen gezinstijd ‘pur sang’: heeft niets routineus en het valt ook niet samen met bepaalde taken (zoals die rond de maaltijd wel bestaan). Juist daarom is het zo fijn als heel het gezin meedoet en het niet louter iets van kinderen onderling blijft.
Samentijd kan overigens ook minder nadrukkelijk zijn, zoals wanneer het gezin samen tv kijkt. Ook die tijd helpt het gezin ‘als gezin’ te constitueren, zonder dat de leden echt met elkaar moeten bezig zijn.
Tijd samen-apart
Ouders en kinderen kunnen ook samen in huis zijn terwijl elk bezig is met zijn of haar eigen activiteiten, een beetje los van elkaar. De één is in de keuken bezig, de ander kijkt tv, nog iemand zit op zijn of haar kamer…
Die tijd ‘samen-apart’ passeert vaak onopgemerkt, al is hij voor kinderen wel erg herkenbaar: “ja, zo doen wij dat”. Het is net dat geruisloze, vanzelfsprekende ‘samen in huis zijn’ dat voor kinderen zo waardevol is: het geeft hen vertrouwen, want ze weten dat de anderen ‘er zijn’. Ouders of broer of zus zijn er ergens op de achtergrond en komen misschien nauwelijks in beeld, maar het is wel hun aanwezigheid die het huis tot een vertrouwde thuis maakt. Juist in die veilige context vinden kinderen hun ‘eigen’ tijd: met hun hobby bezig zijn op hun kamer, op de pc in de woonkamer bezig zijn en de wereld rond zich vergeten… Dat doen ze liever dan wanneer ze echt alleen thuis zijn, omdat die geborgenheid in dat geval toch ontbreekt.
Eén-op-één-tijd
De tijd samen-apart valt meestal weinig op en lijkt zomaar te gebeuren. Voor de tijd waarin een ouder en een kind met z’n tweeën samen zijn, ligt dat meestal anders. Die tijd is meer gemarkeerd en vooral ouders vinden dat een speciale tijd omdat ze dan alle aandacht aan één kind kunnen geven. Het is ‘opvoedingstijd’ of echte kwaliteitstijd met dat ene kind.
Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om bedrituelen. Naar bed gaan moet en is daarom vaak lastig voor kinderen: het beëindigt alle andere mogelijke invullingen van de tijd. Maar vaak is de bedtijd tegelijk een intiem en elke avond terugkerend moment van geborgenheid met vaste ritueeltjes: voorlezen, nog wat babbelen of stoeien, de dag overlopen… Heel vaak gebeurt dat dan met één ouder apart, niet zelden met de ouder die ze gedurende de dag wat minder hebben gezien.
Ook de praktische organisatie van de dag brengt een ouder en een kind soms samen, bijvoorbeeld omdat het kind naar zijn of haar hobby wordt gebracht. Routineuze activiteiten zoals onderweg zijn of winkelen kunnen dus tegelijk waardevolle tijd zijn. Als een regelmatig terugkerend momentje met papa of mama apart in de loop van de tijd toevallig is weggevallen, zullen kinderen daar vaak zelf terug naar vragen of naar zoeken: ook voor kinderen is dit een ander soort tijd dan met het hele gezin samen.
Oudervrije tijd
Anders dan hun ouders benoemen kinderen ook tijd met broers of zussen of met vrienden als ‘gezinstijd’. Veel hangt daarbij natuurlijk af van de onderlinge verhouding tussen broers en zussen: twee handen op één buik, water en vuur, of – zoals zo vaak – een mix van beide? Gezinstijd kan dus ook zijn: “spelen met mijn zussen. Of ruzie maken”.
Die ‘oudervrije tijd’ is waardevol omdat hij kinderen de ruimte geeft om hun tijd zelf vorm te geven, op hun eigen manier. Dat geldt ook voor de tijd die kinderen thuis met vrienden doorbrengen. Als vrienden komen spelen, trekken ze zich dan ook vaak terug op de eigen kamer, ook als die anders helemaal niet belangrijk voor hen is.
Gezinstijd is sociale tijd. Maar tijd thuis kan ook tijd alleen zijn. Heel wat kinderen zijn, vaak voor beperkte periodes, nu en dan alleen thuis: helemaal alleen of samen met broer of zus maar zonder volwassenen. Die ‘alleentijd’ is veel minder vanzelfsprekend dan de tijd waarin kinderen en ouders samen thuis zijn. Ouders maken zich er zorgen over, en ook voor kinderen heeft de tijd alleen een speciaal karakter dat soms enthousiasme en soms angst oproept.
Dat de kinderen alleen thuis zijn, gebeurt zelden zomaar. Sommige ouders kiezen er bewust voor om hun opgroeiende kinderen nu en dan een momentje alleen te gunnen, maar de meeste ouders trachten dat toch echt zo veel als mogelijk te vermijden. Er moet een reden voor zijn om de kinderen alleen thuis te laten, meestal ‘omdat het nu eenmaal niet anders kan’. Na school kan even alleen thuis zijn een routine worden, maar het is vooral ’s avonds dat het veel bezorgdheden oproept.
Vaker dan de ouders zijn het de kinderen die er soms voor kiezen om alleen thuis te zijn. Dan geven ze bijvoorbeeld aan dat ze geen zin hebben om mee te gaan winkelen. Het gaat dan om beperkte periodes die bovendien overdag vallen. Dat maakt het alleen laten/zijn voor ouders en voor kinderen heel wat makkelijker. Alleen thuis zijn geeft kinderen meer onafhankelijkheid, en ze kunnen al eens iets doen wat anders niet mag (snoepjes eten!) of waar ze anders de kans niet toe hebben (de tv-zapper bemachtigen). En toch is het veel meer in de tijd ‘samen-apart’ dan in de echte tijd alleen dat kinderen hun stukjes eigen, autonome tijd vinden. Want ook voor kinderen is de tijd alleen thuis vol ambiguïteit.
Hoewel kinderen enthousiast kunnen vertellen over wat ze allemaal uitspoken als ze alleen thuis zijn, zijn er niet zoveel kinderen die daar ook echt naar vragen. Veel kinderen zijn tout court niet graag alleen. Zonder de geruststellende aanwezigheid van de ouders is alleen thuis zijn wat beangstigend. Heel veel kinderen geven dat aan, zeker als het gaat over ’s avonds.
Ouders delen die bezorgdheid. Ze laten hun kinderen niet zomaar alleen thuis. Het gebeurt met de nodige omzichtigheid:
De gezinstijd is altijd ingebed tussen andere tijdsbestedingen en tijdsordes, zoals school, werk en vrije tijd. Die maken elk aanspraken op de tijd van de gezinsleden, en het zijn vooral de ouders die de weinig benijdenswaardige taak hebben om die diverse aanspraken te combineren.
Tijdsdruk
Uit tijdsbestedingsonderzoek bij volwassenen (Glorieux e.a. 2006) weten we dat ouders, en dan vooral tweeverdieners, meer ‘tijdsdruk’ ervaren dan wie ook: het gevoel dat je tijd tekort komt om alles gedaan te krijgen wat je zou willen of moeten doen. Dat gevoel van tijdsdruk is er omdat tijd nu eenmaal schaars is en de tijd die aan het werk besteed wordt, bijvoorbeeld niet meer beschikbaar is voor ‘familietijd’. Maar het gevoel onvoldoende tijd te hebben voor het gezin, komt ook doordat werktijd en gezinstijd een heel verschillende ‘moraliteit’ bezitten. We zijn het gewoon om de economische arbeidstijd af te meten en hem zo efficiënt mogelijk in te vullen. Voor de relaties van zorg en affectie die de kern uitmaken van familietijd, ligt dat heel anders. Het past eigenlijk niet om daarin tijd te ‘meten’: omgaan met en zorgen voor elkaar is een doel op zich.
Maar in de praktijk moet de gezinstijd vaak concurreren met de tijd die wordt ingenomen door werk, school en vrijetijdsbestedingen. Dat allemaal combineren, vergt met name van ouders heel wat gepuzzel. Het zadelt hen soms ook op met een schuldgevoel: is er eigenlijk wel genoeg tijd voor de kinderen, voor het gezin? En is die tijd wel ‘kwaliteitsvol’ genoeg?
Kinderen zelf ervaren zelden dergelijke gevoelens van tijdsdruk. Ook de kinderen die vijf, zes, zeven keer per week van huis zijn voor hun hobby’s, zeggen dat ze het niet druk hebben. Ze doen die hobby’s doorgaans graag, dus is het voor hen betekenisvolle tijd, en bovendien ligt de moeilijke taak om verschillende tijdsbestedingen te combineren meestal niet in hun handen, maar in die van hun ouders. Die organiseren alles, en de kinderen rijden bij wijze van spreken gewoon met hen mee.
Wanneer de werktijd ‘overloopt’ in de gezinstijd
Toch verwijzen ook kinderen naar de moeilijke combinatie tussen heel verschillende soorten tijd wanneer ze spreken over hoe het werk van hun ouders de gezinstijd beïnvloedt. Wat kinderen wel eens dwars zit, is dat de arbeidstijd soms overloopt in en vreet aan de gezinstijd. Rechtstreeks, omdat ouders pas laat thuis zijn of omdat ze ook thuis nog voor het werk bezig zijn – iets wat door thuiswerk, e-mail en gsm veel vanzelfsprekender is geworden. En onrechtstreeks, omdat ouders moe zijn van het werk of omdat ze door de lange werkuren nog veel huishoudelijk werk te doen hebben en dus minder tijd voor de kinderen kunnen vrijmaken.
Eerder dan de hoeveelheid tijd die ouders voor hun kinderen hebben, blijkt hun werk vooral invloed te hebben op de kwaliteit van de interacties tussen ouders en kinderen (Roeters 2008).
Het zijn vooral de kinderen van (quasi-)voltijdse tweeverdieners die deze ‘spillover’ van het werk van de ouders in de gezinstijd signaleren. Daarbij stellen ze de arbeidssituatie van hun ouders zelf zelden in vraag. Veeleer leggen ze zich erbij neer: ‘je kan er niet veel aan doen’. Maar evengoed vinden kinderen het jammer dat de drukbezette ouder dan soms “niet meedoet”. Als een van de ouders vaak afwezig is, laat thuis komt en maaltijden mist of thuis nog veel met het werk bezig is, wordt dit als een gemis ervaren. Dat is ook zo als de andere ouder heel vaak thuis is: kinderen hebben dan wel voortdurend een ouder in de buurt, maar ook deze kinderen geven aan dat ze de andere, drukbezette ouder (vaakst de vader) missen. In tweeoudergezinnen is tijd met beide ouders dan ook van belang. De bedrituelen kunnen dan een mooie kans zijn om wat tijd samen te vinden, maar eigenlijk is het vooral de dagelijkse, heel gewone tijd samen waar kinderen dan naar verlangen.
Ook vaders doen zeker inspanningen om een mouw te passen aan de lastige combinatie met het werk en om vaker beschikbaar te zijn voor hun kinderen. Ze nemen elke woensdagnamiddag vrij en offeren zo vakantiedagen op, vertrekken een dag per week wat later naar het werk om zo eens samen met de kinderen te kunnen ontbijten of komen vroeger terug om samen te kunnen gaan zwemmen. Maar de grootste inspanningen worden toch meestal gedaan door moeders, die vaker niet uit werken gaan, thuis werken of deeltijds werken, en hun vrije momenten proberen af te stemmen op de noden van het gezin.
Elk gezin is uniek
Omdat ieder gezin zich elke dag weer op zijn eigen manier vorm geeft, is elk gezin uniek. Voor ieder van ons is ‘het gezin’ toch altijd vooral ‘mijn gezin’. Er is dus ook niet één ‘beste’ manier of een recept om gezinstijd vorm te geven. Elk gezin speelt in op zijn samenstelling, de woonomstandigheden, de bezigheden, voorkeuren en karakters van de gezinsleden, hun onderlinge relaties… en geeft van daaruit vorm aan de gezinstijd. Die flexibiliteit en diversiteit maken juist het rijke van ‘het gezin’ als samenlevingsvorm uit.
Quality time?
Dat betekent ook dat een kwaliteitsvolle invulling van de gezinstijd helemaal niet gelijk staat met de typische ‘quality time’-activiteiten waar volwassenen gewoonlijk aan denken: speciaal vrijgemaakte ‘tijd voor elkaar’, zoals voorlezen, knutselen, naar het pretpark gaan. Stukjes tijd die los staan van de economische tijdsdruk van de werkweek en die meestal op de interesses van de kinderen gericht zijn. Toch is het realistischer om te stellen dat de kwaliteitstijd in het gezin vaker bestaat uit een hele reeks kleinere ‘kwaliteitsmomenten’. Dat blijkt onder meer uit video-observaties in gezinnen (Kremer-Sadlik & Paugh 2007). Als ouders en kinderen aandacht voor elkaar hebben, interesses delen, grapjes maken, voor elkaar zorgen… gebeurt dat vooral tijdens alledaagse, soms routineuze bezigheden. Ook wachtmomenten of huishoudelijke taken worden zo soms waardevolle tijd tussen ouders en kinderen. En die meer genuanceerde kijk op ‘quality time’ sluit goed aan bij wat kinderen vinden van kwaliteitstijd.
Uit onderzoek bij kinderen weten we immers dat de klassieke ‘quality time’ voor kinderen geen prioriteit is (Christensen 2002). Kinderen hebben geen uitdrukkelijk concept van ‘kwaliteitstijd’. Natuurlijk verwijzen zij wel eens naar typische activiteiten als ‘naar een pretpark gaan’. Maar meestal situeren kinderen kwaliteitsvolle tijd middenin de dagelijkse tijd. Hun idee van kwaliteitsvolle tijd is ook diverser: voor kinderen zijn er verschillende ‘kwaliteiten van tijd’ met de familie. Het is nu eens familiebetrokken tijd (samen dingen doen), dan weer tijd waarin ouders op de achtergrond maar bereikbaar zijn, en soms ook ‘oudervrije tijd’. Bekeken vanuit kinderen kan je kwaliteitstijd dus niet te vereenzelvigen met één soort tijd of activiteit. Kwaliteitstijd kan er zijn op allerlei mogelijke manieren en momenten.
Alle modi van gezinstijd hebben elk hun eigen waarde
Voor kinderen betekent ‘kwaliteitstijd in het gezin’ dan ook een afwisseling van verschillende modi van gezinstijd. Die afwisseling zorgt ervoor dat elk kind en elke ouder wel zijn of haar eigen voorkeuren zal kunnen terugvinden. Sommige kinderen zijn heel graag samen bij andere gezinsleden, anderen kunnen echt op hun eentje bezig zijn, velen willen liefst een combinatie van beide. Niet alleen duidelijk herkenbare gezinsmomenten als samentijd met het hele gezin en de tijd om eens met één kind apart bezig te zijn, hebben dus hun waarde. Het is ook belangrijk om voor momenten en plekken te zorgen waarin kinderen eens alleen bezig kunnen zijn of met andere kinderen onderling. De onopvallende ‘tijd samen-apart’ is in dit opzicht erg belangrijk omdat hij een stukje eigen tijd in een heel vertrouwde omgeving biedt. Het grote verschil met echt alleen thuis zijn, wat maar weinig kinderen echt graag doen, is dat de anderen er zijn om even iets te komen tonen of te komen zeggen, en gewoon omdat ze ‘er zijn’ op zich.
Rituelen en routines beschermen waardevolle tijd
Vaste rituelen en routines zorgen ervoor dat samenmomenten niet elke keer weer moeten afgesproken worden. Het zijn ankerpunten die de dag een vertrouwde structuur geven. Ze ritmeren de gezinstijd mee en geven het gezin mee zijn eigen vorm.
Zo is het eten een dagelijkse routine die de tijd in het gezin structuur geeft. Iedereen is thuisgekomen van school, werk of hobby, en de maaltijd brengt het gezin weer even samen. Dat zijn betekenisvolle momenten van samenhorigheid en van lichamelijke en emotionele zorg. Die dagelijkse kost verdient speciale bescherming. Eten ‘moet’ eigenlijk, maar door het altijd samen en op vaste tijdstippen te doen en het zo uitdrukkelijk als een samenmoment vorm te geven, krijgt het extra belang.
Gezinnen kunnen hun samentijd ook vormgeven in eigen ‘rituelen’, bijvoorbeeld een vast ‘aperitiefmoment’ om samen de werk- en schoolweek af te sluiten en het weekend in te zetten. Dergelijke rituelen hebben betekenis omdat ze het gezin expliciet ‘als familie’ samenbrengen, vaak op een heel eigen manier: niet elke familie doet het zo.
Ongeplande tijd als kwaliteitstijd
We zien gezinstijd vaak als iets schaars omdat er in de praktijk niet alleen concurrentie is van de school- en werktijd, maar ook nog eens van de vrijetijdsbestedingen van de kinderen. Die moeten ook meestal gepland worden omdat ze plaatsvinden op vaste plekken en tijdstippen. Het leuke aan de tijd in het gezin is voor kinderen juist dat er van alles kan gebeuren zonder dat er iets speciaals afgesproken of gepland moet worden. Broer of zus komt de kamer binnen en heeft een leuk idee, een ouder stelt voor om een cake te bakken of haalt plots een gezelschapsspelletje boven…
Die ongeplande leuke tijd kan overigens ook samenvallen met ‘nuttige’ tijd. Dat is heel typisch voor de familie: doelgerichte tijdsbestedingen – eten, kinderzorg, naar bed gaan, verplaatsingen – kunnen naadloos samengaan met waardevolle interacties tussen kinderen en ouders. De rit naar de sportclub kan het ogenblik zijn voor een goed gesprek, en de maaltijd is tegelijk een moment van samenhorigheid. Heel dagelijkse, soms routineuze momenten in het gezinsleven kunnen stukjes ‘kwaliteitstijd’ vormen; zelfs tijdens de afwas of het opruimen wordt er gebabbeld of worden er al eens grapjes gemaakt. Dat is een heel eigen sterkte van gezinstijd en het is goed dat dit niet wordt opzij geschoven door altijd maar weer te streven naar speciale ‘quality time’.
Kind & Samenleving deed onderzoek naar hoe kinderen en ouders hun gezinstijd vorm geven en beleven. 30 kinderen en evenveel ouders uit 20 gezinnen kwamen aan het woord over hoe zij hun gezinstijd ‘boetseren’ en ‘bijeenpuzzelen’. U vindt het onderzoeksrapport hier.
Referenties
Op Groeimee.be vind je een dossier over gezinstijd voor ouders.
Enkele artikels en getuigenissen over gezinstijd, op basis van gesprekken met kinderen en ouders, zijn hier te lezen.