Dalilla Hermans: mensen overal ter wereld zijn eerst en vooral mens

Ik ben een wereldburger. Bijgevolg zijn mijn kinderen dat ook. En goh ja, eigenlijk is iedereen het: we zijn allemaal inwoners van de wereld. De lijnen op de wereldkaart die landen afbakenen zijn daar uiteindelijk ook maar gewoon door een mens op gezet. Toen ik tien jaar was hebben wij een paar maanden in het dorpje Baarle-Hertog gewoond. Dat is eigenlijk een druppeltje België in Nederland. Je hebt er huizen waar de grens door het toilet loopt. Zit je met de ene bil in Vlaanderen, met de andere in Noord-Brabant. Ik heb dus altijd geweten dat die grenzen maar een abstract gegeven zijn. Komt bij dat je als geadopteerd kind uit het buitenland als snel doorhebt dat ook de wereld niet zo groot is als hij soms lijkt. Mijn ouders zagen er helemaal anders uit dan ik, hun wieg stond duizenden kilometers verwijderd van de mijne, maar ze waren gewoon mama en papa. 

Mensen in honderden maten, vormen en kleuren, en toch zoveel gelijkenissen

Ik wist al op heel jonge leeftijd dat mensen overal ter wereld eerst en vooral mens zijn. Ze hebben allemaal dromen en aspiraties, angsten en trauma’s, liefde, geluk en verdriet gekend. Moeders overal ter wereld zien hun kinderen graag met een passie die soms beangstigend is. Broers en zussen kibbelen met elkaar van de kusten van Californië tot in het hart van Birma. Ik denk dat die wetenschap één van de redenen is dat ik xenofobie nooit goed heb begrepen. Bang zijn van ‘vreemde culturen’ of van ‘vreemde mensen’ komt op mij onnatuurlijk over. Je vragen stellen bij bepaalde gebruiken of niet goed begrijpen wat de bedoeling is van gewoontes die de jouwe niet zijn: daar kan ik me iets bij voorstellen. Maar bang? Nee. 

Ik heb heel wat opvoedkundige zaken van mijn ouders overgenomen. Ze waren er ook verdomd goed in, ook al zien ze zelf vooral wat ze fout deden (zo gaat dat). Maar dat ze me hebben opgevoed tot wereldburger is eerder onbewust gegaan. Onbewust in die zin dat hun eigen wereld een nogal homogeen gegeven was. Al hun vrienden en familieleden waren mensen uit de witte middenklasse. Ze zijn ook niet op zoek gegaan naar een meer diverse omgeving toen ze mijn zus en ik adopteerden. De tijden waren anders, en er werd niet bij stilgestaan. We gingen vaak op vakantie, maar ook dan waren de bestemmingen die van een doorsnee middenklassegezin in de Kempen van de jaren 90: een bungalowpark hier, een autovakantie naar Frankrijk of Spanje daar. Heerlijke tijd, dat zeker, maar ik ben nu niet bepaald klaargestoomd voor het leven in een superdiverse maatschappij. 

Mijn man en ik zijn er wel heel bewust mee bezig onze kinderen met twee voeten in de superdiverse maatschappij op te voeden. Het is één van de belangrijkste redenen dat we in een stad wonen, bijvoorbeeld. We groeiden allebei op tussen velden en koeien en in schone(re) lucht. Soms twijfelen we dus wel eens of we er goed aan doen kinderen op te voeden in een stad als Antwerpen waar fijn stof en verkeersellende en jachtigheid dagelijkse kost zijn. Maar we vinden het belangrijk dat zij nooit anders hebben geweten dan dat diversiteit realiteit is. Dat mensen in honderden maten, vormen, kleuren, klederdrachten en nationaliteiten bestaan. En dat al die hele verschillende mensen eigenlijk allemaal heel hetzelfde zijn, daar waar het er toe doet. 

Grote Eveline en Kleine Eveline

Als Cooper's vriend dus niet kan komen spelen omdat hij op zaterdag naar de moskee gaat, is dat een ideale gelegenheid om uit te leggen aan de vijfjarige zoon wat een moskee is. Binnenkort zouden we ook graag een bezoekje brengen. Dat kan ik dan vragen aan één van de mama’s uit het oudercomité, die me al een paar keer uit de brand hielp toen ik ’s ochtends de driejarige dochter niet op tijd kon afzetten. En toen een ander klasgenootje een sinterklaasfeestje gaf en al zijn vriendjes uitnodigde bij hem thuis, kreeg ik een berichtje van zijn mama, om te vragen hoe ik dacht over Zwarte Piet. Ze decoreerde met roetveeg-pietjes. We kopen brood en donuts in de iets duurdere bakker waar op zondag mensen tot buiten aanschuiven. Maar groenten en fruit halen we in het winkeltje daartegenover, dat wordt uitgebaat door een jonge Marokkaanse Belg. In de ogen van mijn kinderen, en alle kinderen in deze buurt vermoed ik, zijn dat allemaal ‘meneren en mevrouwen’ of ‘mama's en papa's’. Toen een vriendin van mij kwam babysitten noemden de kindjes haar ‘Grote Eveline’, want anders was het verwarrend. Er is namelijk ook een ‘Kleine Eveline’, die bij de dochter in de klas zit. Dat mijn vriendin een bleke huid, blauwe ogen en hoogblond haar heeft, en het klasgenootje donkerder is dan ik en vlechtjes in alle kleurtjes op haar hoofd heeft, daar hadden ze niet eens aan gedacht. Daarvoor alleen al vinden we het de moeite waard zo bewust om te gaan met superdiversiteit binnen ons gezin. Niet enkel omdat het ergens gewoon hartverwarmend en schattig is allemaal. Ook omdat het hen skills meegeeft die iéder kind dat vandaag opgroeit nodig zal hebben. Ook kinderen die geen donkere huidskleur hebben, en wiens ouders recht uit de Vlaamse klei komen, zijn denk ik beter af als ze van jongs af aan diversiteit en multi-culturaliteit leren omarmen. 

Grenzen zijn maar lijntjes die iemand ooit tekende

Ik ga vaak spreken in scholen, of in culturele centra. Zo kom je nog eens ergens. In de meeste scholen waar ik kom is er al wel sprake van een divers publiek. Héél af en toe kom ik nog eens in een echte witte school, maar ze zijn zeldzaam aan het worden. De diversiteit in de klassen is nauwelijks weerspiegeld in de leraarskamers. En niet alleen het onderwijs is in dat bedje ziek. Ik kom ook vaak achter de schermen van het media-apparaat en de redacties en besturen zijn daar oogverblindend wit en socio-economisch homogeen. We zijn dat beeld allemaal heel gewoon, de teambuildingsfoto’s en bedrijfsuitstappen en schoolfotos waar iedereen nogal hetzelfde lijkt. We stellen dat eigenlijk niet genoeg in vraag. Want vandaag de dag heeft in een stad als Antwerpen liefst 65% van de -25 jarigen roots buiten België. Antwerpen wordt in navolging van steden als New York, Londen, Amsterdam dit jaar nog officiëel een ‘minority-city’. Die evolutie schroef je nooit meer terug. En dus zullen de bedrijven van morgen onvermijdelijk meer en meer kleur, meer en meer diversiteit in hun personeelsbestand krijgen. Sterker nog: steeds meer werkgévers, leidinggevenden en beslissingsmakers zullen er anders uitzien dan het beeld van de CEO dat we nu allemaal in onze hoofd hebben. En ik hou mijn hart vast voor de kinderen wiens ouders zich niet bewust lijken te zijn van die veranderingen. De kinderen wiens school echt nog heel wit is, en die enkel boeken lezen of enkel tv-programma’s en films bekijken waarin ze de witte, westerse, standaard krijgen voorgeschoteld. Want die gaan enorme inhaalbewegingen moeten maken aan de start van hun volwassen leven. 

Je kinderen opvoeden tot wereldburger, in een tijd waarin we constant de wereld ‘at our fingertips’ hebben, waar we intussen wéten dat grenzen eigenlijk maar lijntjes zijn die iemand ooit tekende, is niet alleen ‘fijn’… het is ook gewoon slim.

Voeg een nieuwe reactie toe

dalilla hermans
week van de opvoeding 2018 campagnebeeld