Congresblog: over de appels en hoe ze te plukken

Elk gezin telt, het schrijft makkelijker dan dat je het in de praktijk brengt! Het voorbije EXPOO-congres bood heel wat denkers en doeners een platform om te reflecteren over een dienstverlening voor iedereen, aangepast aan de noden en de diversiteit van alle gezinnen. Hoe breng je dat proportioneel universalisme (P.U.) in de praktijk? Heel vaak kwam ter sprake dat de regioteamleden van Kind en Gezin in een unieke positie staan: zij komen in bijna alle gezinnen over de vloer. We legden dus ons oor te luisteren bij hen en sprokkelden reacties op het congres bij Lutgart Desmet (teamverantwoordelijke regio Wuustwezel/pre en perinatale ondersteuning provincie Antwerpen), Gerda Dejonckheere (RV regio Roeselare), Huguette Germeau (RV Tienen), Kim De Wolf (RV regio Wuustwezel) en Inge Meulemans (regioteamverantwoordelijke Haacht en Tielt-Winge).

De video als intro kwam al binnen. Lutgart vat samen: ‘P.U. is een poging om iedereen te geven wat hij nodig heeft. De appelboom symboliseert: iedereen moet aan de vruchten kunnen die hij nodig heeft en waar hij recht op heeft’.

Het leven als een Monopoly spel

Professor Wim Van Lancker liet heel wat indruk na met zijn lezing over ongelijkheid in de vroege kindertijd. Kim: ‘De vergelijking tussen het echte leven en een Monopoly spel vond ik treffend. Bij Monopoly start iedereen met gelijke kansen, maar door het lot ontstaat al snel ongelijkheid. In het echte leven verschijnen we al niet met gelijke middelen aan de start, waardoor de kansen voor veel kinderen en hun gezinnen al vanaf de geboorte kleiner zijn’. Inge werd geraakt door deze uitspraak: ‘Gelijkheid voor iedereen, kan net ongelijkheid creëren. Het is dus echt noodzakelijk om meer te bieden aan wie meer noden heeft’.

Het Matteüseffect was voor de ene een nieuw begrip, voor de andere een opfrissing van de bestaande ongelijkheidsmechanismen in onze samenleving en de gevolgen hiervan. Kim: ‘We staan er te weinig bij stil dat drempels zoals bereikbaarheid, betaalbaarheid en taal ervoor zorgen dat kwetsbare gezinnen minder beroep doen op de vele mogelijkheden die kinderen in Vlaanderen hebben (vrijetijdsactiviteiten, kinderopvang,…). Zo wordt de kloof tussen arm en rijk nog groter’. En Lutgart onthoudt dat ook het beleid belangrijk is om het tij te doen keren: ‘We weten goed genoeg bij welke groepen de kinderarmoede toeneemt: laaggeschoolden, huurder, migranten van buiten de EU, gezinnen waar niemand werkt. Toch slagen we er niet in deze dynamiek onderuit te halen. De kansarmoedecriteria zijn zeer goede barometers, maar we moeten ze durven gebruiken als diagnose van het probleem, als instrument om te bepalen waar de problemen het grootst zijn’.

Waarom blijft de deur soms dicht?

Alle suggesties om deze ongelijkheidseffecten tegen te gaan in de praktijk, werden gretig opgeslorpt. Huguette: ‘Respect, respect, respect. Dat is het uitgangspunt om naar de gezinnen te kijken. We moeten de oorzaak achter de oorzaak zoeken: elk gedrag heeft een reden, en vaak een andere dan we op het eerste zicht denken’. Ook Kim herkent dit: ‘Een deur die dicht blijft bij een huisbezoek, ervaren wij als vervelend of het niet willen aanvaarden van ondersteuning, terwijl er misschien schaamte aan de basis ligt om de deur niet open te doen’. Gerda herkent de ongelijkheid sterk in de zoektocht naar kinderopvang: ‘Kwetsbare ouders zoeken opvang dicht in hun buurt en vaak op korte termijn. We werken hard aan de goede samenwerking met de opvanglocaties om de vragen zo goed mogelijk te beantwoorden, maar het blijft moeilijk. Een stappenplan dat we uitwerkten samen met het Perinataal Netwerk, helpt regioteamleden om reeds tijdens de zwangerschap te spreken over de verschillende noden van de toekomstige ouders’. Ook Huguette ziet het belang van samenwerking: ‘We mogen ons niet verschuilen achter de woorden ‘Het is onze taak niet’. Het is onze taak altijd, samen met andere partners die deskundiger zijn op andere vlakken, om zorg op maat te bieden’. En ook Kim erkent de complexiteit: ‘Er zijn voor iedereen, dat is onze missie. Dat kunnen we niet alleen, we moeten hier met zoveel mogelijk andere diensten op blijven inzetten’. Dat we bruggen moeten bouwen, onthoudt Lutgart ook uit de videoboodschap van Michel Vandenbroeck: ‘De sterkte van een netwerk is om elkaar te bevragen en gebruik te maken van de blik van anderen, die van buitenaf naar je kijken. De bruggen dienen ook bijna letterlijk om mensen niet op te sluiten in hun wijk’.

Samen sterker

De workshops boden nog meer input voor de eigen praktijk. Want het universele in de dienstverlening is voor Gerda al erg duidelijk: ‘De vragen en problemen van kwetsbare ouders zijn dezelfde als van andere ouders. Het is niet altijd makkelijk om hen te mobiliseren voor activiteiten, maar als ze er zijn, participeren ze evengoed.’ Huguette greep de handvatten in de workshop oudergericht pedagogisch adviseren aan om ouders beter te kunnen peilen: ‘Elke ouder verdient het dat we peilen naar hun gevoelens en handelingen zodat we hen echt goed leren kennen’.

Lutgart was onder de indruk van de werking van het Huis van het Kind in Eeklo: ‘Wat een dynamiek, wat een samenwerking, wat een resultaten! Ik onthoud de kracht van de fysieke ontmoetingsruimten, die uitnodigend en drempelverlagend werken. En bedenk dat niet alle Huizen deze troef kunnen uitspelen, door gebrek aan fysieke locaties. Brug- of ankerfiguren kunnen cliënten makkelijker op de juiste plaats krijgen, een rol die de gezinsondersteuners binnen Kind en Gezin in sommige Huizen al opnemen’.

Dat brein van Lutgart draaide ondertussen op volle toeren. Naast het belang van partners die elkaar aanbod en werking kennen, is ook de combinatie tussen beleids- en veldwerkers nodig: ‘Ik maak de link met onze kwaliteitscirkels, waar we ook wetenschappelijke kennis en praktijkervaring samenbrengen. En een volgende combinatie is die tussen verschillende beleidsdomeinen, zoals welzijn en gezondheid bijvoorbeeld’. Maar ook de domeinen van wonen, werk, vrijetijd, cultuur,… raken allemaal aan de rechten van de gezinnen en de kinderen en raken dus verweven met het streven naar ondersteuning op maat.

En na het lezen van al deze reacties, leek proportioneel universalisme ineens geen abstracte term meer. Het is verder bouwen op wat er op zoveel plekken al gebeurt en aanwezig is. Het is nog meer nadenken over hoe elk gezin toegang krijgt tot de universele dienstverlening. Sommigen maken ook de brug naar hun eigen gezin. Kim erkent de motivatie die alle ouders drijft: ‘Je wil je kinderen zoveel mogelijk kansen bieden’. En ook Inge ziet het bij zichzelf: ‘Als gezin volg je samen een parcours. Iedereen draagt bij volgens zijn mogelijkheden en krijgt volgens zijn noden. Daar vaart iedereen wel bij!’

En jij?

Wil jij ook nog iets kwijt over het congres? Dook je in de tekst ‘Proportioneel universalisme in de praktijk, een aanzet’ en heb je daar aanvullingen, voorbeelden of reflecties bij? Laat ze ons weten! info@expoo.be

Elk gezin telt
Kind & Gezin Logo
Een blog van...

Gerda Dejonckheere (RV regio Roeselare)

Huguette Germeau (RV Tienen)

Inge Meulemans (regioteamverantwoordelijke Haacht en Tielt-Winge)

Kim De Wolf (RV regio Wuustwezel)

Lutgart Desmet (teamverantwoordelijke regio Wuustwezel/pre en perinatale ondersteuning provincie Antwerpen)

congresbeeld 2017