Aanwinsten in de bibliotheek van EXPOO

 

Mijn partner heeft al een kinderen.  Hoe bouw ik een nieuw gezin ? Els Leuris. Davidsfonds. 2011 
Vandaag is één op de tien gezinnen een nieuw samengesteld gezin. Het lijkt heel gewoon, maar toch blijft het een vorm van samenleven die niet vanzelfsprekend is en waarin je vaak heel wat drempels moet overwinnen.
Want wat als je partner al kinderen heeft en jij voor het eerst met de zorg voor kinderen wordt geconfronteerd? Hoe bouw je een duurzame relatie uit met je nieuwe partner als het niet klikt met zijn of haar kinderen? Welke rol kun je als stiefouder vervullen? Hoe zullen jouw kinderen op hun nieuwe broers en zussen reageren? Hoe ga je om met verschillende visies over opvoeding?

 

Mediageweld en kinderen. Peter Nikken. SWP uitgeverij.  
Welke invloed heeft mediageweld op de jeugd? Mediageweld en kinderen geeft een genuanceerd en concreet antwoord op die vraag. De confrontatie met mediageweld brengt risico's voor kinderen en jongeren met zich mee, maar die risico's zijn afhankelijk van het kind, de omstandigheden en het type mediageweld. Peter Nikken geeft een toegankelijk overzicht van het internationale onderzoek naar jeugd, geweld en media in de afgelopen tien jaar. De auteur behandelt het geweld op televisie en in films en gaat in op de mogelijke effecten van gewelddadige games en het geweld in het nieuws of op internet. Mediageweld en kinderen is het eerste boek dat de ontwikkelingsfasen van kinderen als mediaconsument beschrijft en de consequenties daarvan voor de invloed van mediageweld. Daarnaast gaat de auteur uitvoerig in op de rol die de media, het onderwijs en de ouders in de mediaopvoeding kunnen vervullen.
Mediageweld en kinderen is interessant voor hbo- en wo-studenten communicatie, psychologie, pedagogiek, journalistiek en rechten. Daarnaast zullen professionele opvoeders in het onderwijs en de jeugdsector in dit boek waardevolle informatie vinden over de risico's van mediageweld. Voor mediacoaches is dit boek een must.  Peter Nikken is deskundige op het gebied van jeugd en media en werkzaam bij het Nederlands Jeugdinstituut. Zijn wetenschappelijke interesse gaat uit naar de Kijkwijzer en de rol van mediaopvoeding bij het omgaan met internet, games en televisie.

 

De sociale ontwikkeling van het schoolkind. J.van der Ploeg. Bohn Stafleu Vanloghum.
Dit boek beschrijft de sociale ontwikkeling van kinderen van 4 tot 12 jaar. Voor deze groep kinderen is de sociale ontwikkeling minstens zo belangrijk is als de cognitieve ontwikkeling. Als de sociale ontwikkeling namelijk niet van de grond komt, blijft veel van wat kinderen op school leren onbenut en dat belemmert het latere functioneren in de samenleving.Een onmisbare uitgave voor diegenen die werkzaam zijn met het schoolgaande kind: leerkrachten, intern begeleiders, remedial teachers, schoolpsychologen. Maar ook voor ouders zelf.

 

 

 

Kinderen aan het woord. Psychoanalyse, kind en psychose. F. Dolto.  De Franse kinderpsychoanlytica Françoise Dolto (1908-1988) is wereldvermaard voor haar psychotherapeutisch werk met kinderen. Op onnavolgbare wijze wist zij (ook heel jonge) kinderen met veel respect voor hun eigenheid zelf aan het woord te laten en zo hun onbewuste psychische problemen te doen ontgroeien. Dat Dolto in ons taalgebied niettemin nog weinig bekend is, maakt deze uitgave des te belangrijker (zie ook "Het geval Dominique", a.i. 91-42-164-0). De samenstellers-vertalers, twee Belgische psychoanalytici, selecteerden enkele representatieve teksten van Dolto over psychoanalyse met kinderen en psychose bij kinderen. In de toegankelijk geschreven teksten en dialogen kan de lezer kennismaken met haar therapeutische benadering en denkwijze. In het boek worden talrijke sprekende en verrassende klinische voorbeelden beschreven. De samenstellers voorzien de teksten van voetnoten en schrijven zelf een inleidend hoofdstuk waarin ze het leven en het werk van Dolto situeren (tegenover Lacan, Anna Freud, Melanie Klein) en enkele centrale begrippen toelichten. Een welkom en inspirerend boek voor al wie - professioneel of anderszins - met kinderen te maken heeft.

 

Het kleine ontmoeten. Over het sociale karakter van de stad.  Ruth Soenen. Garant 2006
Het onderzoek focust op sociale relaties in de stad, en dan vooral de zelden bestudeerde alledaagse, banale, vluchtige contacten tussen mensen. Hoe gebeuren die contacten, hoe worden conflicten opgelost, in wat voor soort ruimtes begeven mensen zich in de stad? Hoe gaan sterk verschillende mensen met elkaar om in een beperkte ruimte?  Soenen bestudeerde deze moeilijk grijpbare relaties op een in Vlaanderen nog weinig courante wijze: via participerende observatie. Ze hield zich, vooral in de Antwerpse wijk het Kiel, op in een warenhuis en in winkelstraten, reisde met de tram door de stad en observeerde ondertussen de heel diverse gebeurtenissen, contacten, ontmoetingen en conflicten die er de revue passeerden. Ze volgde wijkbewoners in hun dagelijkse doen en laten en nam interviews af over de sociale contacten die mensen in hun buurt hebben. Het boek gaat niet specifiek in op kinderen, maar heeft er zeker ook aandacht voor.Eerder dan vaste plekken of bepaalde sociale categorieën of (doel)groepen te bestuderen, maakt het onderzoek gebruik van een relationele benadering. Zo wordt stilgestaan bij de verschillende soorten netwerken die stadsbewoners hebben en hanteren.
De relationele benadering van Soenen zet zich af tegen het beeld van de stad als een mozaïek met heel veel verschillende maar aparte groepen die weinig met elkaar interageren. Dat lijkt misschien zo te zijn als je je baseert op het formele verenigingsleven. Maar mensen bewegen zich ook vaak op een minder doelgerichte manier door de stad, en op heel veel publieke en semi-publieke plaatsen zoals winkels of trams komen ze in contact met heel diverse soorten onbekenden. Het belang van die contacten wordt vaak ondergewaardeerd.
Ruth Soenen wijst vooral op het belang van contexten waarin anonimiteit en herkenbaarheid samengaan: in een warenhuis of op de tram zijn er veel onbekenden waar je het contact mee kan vermijden (anonimiteit), maar je deelt zaken met die anderen en dat creëert kansen voor ontmoetingen (herkenbaarheid). Dat tegelijk aanwezig zijn van anonimiteit en herkenbaarheid wordt ambivalentie genoemd. Die ambivalentie vinden we vaak net aantrekkelijk aan (semi-)publieke ruimtes: ze laat veel mogelijkheden open. Ze creëert de mogelijkheid van een ‘light’ versie van gemeenschap: niet-duurzame relaties die toch een vorm van behoren of ‘thuis zijn’ kunnen creëren. En dat gebeurt op heel banale manieren, zoals via small talk: het praatje met de winkeljuffrouw bijvoorbeeld, of met de reiziger die nog net de bus heeft gehaald. Kleine kinderen en honden blijken heel vaak aanleiding te vormen tot die kleine gesprekjes.
Soenen pleit ervoor om niet alleen gemeenschapsvorming te stimuleren op basis van duurzame relaties, die hun plaats net vooral zullen vinden binnen homogene sociale groepen. Het is ook belangrijk om mensen ruimte te bieden tot ambivalentie: om te kunnen kiezen tussen het vermijden van sociaal contact, of elkaar te ontmoeten. Die gemeenschapsvorming zal weliswaar ‘lichter’ of vluchtiger zijn, maar ze biedt wel heel wat mogelijkheden tot relaties tussen mensen uit heel diverse groepen. Passageplekken en semi-publieke ruimtes zoals winkels of trams, zijn daar erg geschikt voor. Ze bieden kansen voor multipele relaties: je hebt de ruimte om van ‘dikke’ naar ‘lichte’ vormen van gemeenschap over te springen, om zwakke of sterke bindingen te laten meespelen. Ze laten dus een diversiteit aan rollen en relaties toe. En net op die manier kan je een breed en divers publiek aanspreken. Dergelijke vormen van gemeenschapsvorming kunnen zowel gestimuleerd worden in sociale projecten (die zich net niet richten op specifieke doelgroepen) als in bijvoorbeeld de inrichting van de ruimte (die alle kansen geeft aan (vluchtige) ontmoetingen).

Opvoeding als spiegel van de beschaving.  Een moderne antropologie. W.Koops e.a. ( 2011)
Bibliotheken zijn er volgeschreven over de vraag wat opvoeding nu eigenlijk is, en vooral over de vraag wat het zou moeten zijn. Wat is het doel van de opvoeding, wie is er voor verantwoordelijk, welke middelen zijn geschikt en geoorloofd? De antwoorden op dergelijke vragen blijken zeer sterk te variëren, niet alleen per cultuur of zelfs per subcultuur, maar ook per historische periode, samenlevingsvorm en religie. Opvoeding kan daarom met recht worden opgevat als een spiegel van de beschaving waarin zij gestalte krijgt. Door goed in die spiegel te kijken kunnen we van alles te weten komen over de wisselwerking tussen opvoeding, cultuur en maatschappij. Opvoeding als spiegel van de beschaving bevat bijdragen van prominente wetenschappers met een verschillende achtergrond.

 

 

Het verwende kind syndroom. W. De Jong 2011
Waarom verwennen ouders? Welke negatieve gevolgen heeft problematische verwenning? Wat zijn de gevolgen in het onderwijs? Hoe keer je het tij? Problematisch verwende kinderen krijgen te veel, te snel en te lang. Ze krijgen materiële zaken of doen ervaringen op die niet bij hun leeftijd, hun interesses en hun talenten passen. Bij problematische verwenning is er sprake van grenzeloosheid en toegeeflijkheid van de kant van de ouders, waardoor de gezonde ontwikkeling van het kind in gevaar komt. Problematische verwenning is een vorm van verwaarlozing. Kinderen die hieraan blootgesteld worden, vallen onder andere op door hun lage frustratietolerantie en hun koppige en soms oppositionele en manipulerende gedrag. Vaak raken ze in een sociaal isolement en is er sprake van schoolverzuim. De gevolgen blijven ook op volwassen leeftijd merkbaar. Willem de Jong neemt deze problematiek kritisch onder de loep en laat ook de moderne opvoedtaken van ouders en leerkrachten niet onbesproken. Waarom verwennen ouders? Welke negatieve gevolgen heeft problematische verwenning? Wat zijn de gevolgen in het onderwijs? Hoe keer je het tij? Problematisch verwende kinderen krijgen te veel, te snel en te lang. Ze krijgen materiële zaken of doen ervaringen op die niet bij hun leeftijd, hun interesses en hun talenten passen. Bij problematische verwenning is er sprake van grenzeloosheid en toegeeflijkheid van de kant van de ouders, waardoor de gezonde ontwikkeling van het kind in gevaar komt. Problematische verwenning is een vorm van verwaarlozing. Kinderen die hieraan blootgesteld worden, vallen onder andere op door hun lage frustratietolerantie en hun koppige en soms oppositionele en manipulerende gedrag. Vaak raken ze in een sociaal isolement en is er sprake van schoolverzuim. De gevolgen blijven ook op volwassen leeftijd merkbaar. Willem de Jong neemt deze problematiek kritisch onder de loep en laat ook de moderne opvoedtaken van ouders en leerkrachten niet onbesproken.
 

Nadenken over opvoeding. H. Haerden 2012
Op zoek gaan naar de kern van opvoeden, naar waar het juist om gaat in de opvoeding, is de queeste van dit boek.
Wat vinden we een goede opvoeding en tot wat moet deze leiden ?  Dit boek staat stil bij de essentie van opvoedwerk en gaat uitdrukkelijk op zoek naar de essentiële betekenis van 'opvoeden' voor de huidige en aankomende generatie
ouders, kinderen, leerkrachten en andere opvoedingsverantwoordelijken.   

 

 

 Uit de marge van het jeugdbeleid.  Werken met maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren.  P. Cousseé e.a. (2011)
Er wordt vandaag een steeds grotere autonomie verwacht van kinderen en jongeren. Dat lijkt een positieve verworvenheid, maar tegelijk zijn de maatschappelijke hulpbronnen die kinderen en jongeren ondersteunen bij het verwerven van en omgaan met die autonomie niet voor iedereen in gelijke mate toegankelijk. Die ongelijkheid wordt bovendien alleen maar groter – onder meer door de armoedeproblematiek die de laatste jaren toegenomen is – en laat zich sterk gelden in het onderwijs en in de hulpverlening.De rode draad doorheen dit boek is de vraag hoe we als samenleving vandaag omgaan met maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren. De auteurs focussen vooral op die vormen van jeugdwerk die zich uitdrukkelijk op deze doelgroep richten en er wordt gekozen voor een brede invulling van het vrijetijdsaanbod.

 

Focus op kinderen met een etiketje.  Een belevingsonderzoek bij ouders.  Gezinsbond. 2011
Wij ouders hebben maar één bekommernis: ervoor zorgen dat onze kinderen gelukkig zijn. We willen hen zien opgroeien tot sterke en zelfstandige volwassenen.Maar soms hebben kinderen het moeilijk. Vandaag wordt afwijkend gedrag al snel als een stoornis bestempeld. Het lijstje van de ‘etiketjes' is lang. Iedereen kent intussen wel begrippen als ADHD, autisme, hoogbegaafdheid... Problemen worden nu sneller gedetecteerd en bespreekbaar gemaakt. Dat is positief. Maar het toenemend aantal diagnoses heeft ook een keerzijde. Er wordt vaak geschreven en gesproken over labeling van kinderen. Vooral het stijgend aantal labels en het toenemend medicatiegebruik worden in vraag gesteld. Dikwijls wordt ook beschuldigend gewezen naar de falende rol van ouders in de opvoeding, zonder rekening te houden met hun ervaringen. Daarom is de Gezinsbond op zoek gegaan naar de beleving van ouders van ‘speciale kinderen' en laten we hen zelf aan het woord. Wat betekent het voor hen om een ‘eigenaardig' kind te hebben? Hoe voelen ouders en hun kinderen zich bij het opgeplakte ‘etiketje‘? Wat zijn de gevolgen voor de school, de vrije tijd, de familie?
Ook verkrijgbaar via de Gezinsbond.


 

 

go to top